mijn naam is mijn naam niet
maar ik ben ik, en nog meer ik
dan mijn scheppers ooit zagen
schiep ik zelf opnieuw *klik*
in de anonimiteit van internet
schud ik mijn schaapskleren af
om mijn wolfsheid in naaktheid
te tonen aan zij die niet zien
en slechts het blaten horen
terwijl ik boosaardig grijns, ja
nettiquette is mij even vreemd
als mijn alterego in werkelijkheid
Posts tonen met het label Natasha. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Natasha. Alle posts tonen
zaterdag 11 december 2010
zondag 17 oktober 2010
Wat ik het liefste zou vergeten
Ze had er wel eens over nagedacht. Er een einde aan maken. Geen pijn meer voelen. Niets meer voelen. Maar vooral niet meer voelen. De geneugten van het leven hielden haar overeind. Niks lekkerder dan zich helemaal te laten gaan. Zich volledig over te geven. Aan een man. De euforie die drank en drugs veroorzaakten. Daarmee overleefde ze zelfs de leegte, die achterbleef. Er zou toch weer een volgende keer komen. Die de herinnering aan de vorige leegte deed vergeten. Met elke slok, snuif of stoot. Verslaafd was ze nooit geraakt. Dat verbaasde haar. Of eigenlijk ook niet. Ze haatte zwakte. En haar tweelingzus genaamd afhankelijkheid. Dat was voor anderen. Niet voor haar. Zij was sterk. Nee, de slechte dingen des levens smaakten te goed. Maakten draaglijk. Misschien was er ergens ook nog wel een vleugje hoop. Op geluk. Toekomst. Het leek haar sterk. Maar je wist het nooit. Zeg nooit, nooit tenslotte. Als er iets was wat ze het liefste zou vergeten dan was het hoop. Dan kon ze er een einde aan maken.
zondag 10 oktober 2010
Na twintig jaar kan ik het nog steeds niet
The sky is the limit.
Een van mijn favoriete oneliners. Maar wat wil je ook. Als rasdromer. Imagine van John Lennon, mijn levenslied. Die, zoals een andere Trouwschrijver beschreef, helaas geen zeventig mocht worden. Yoko Ono droomt nog steeds van zijn terugkeer. Ik ook (al weet ik niet of John zo graag zou terugkeren in deze wereld). Afijn, dat is slechts een van mijn dromen. Een van de vele, wel te verstaan. Ze komen op elk moment. Dag, nacht. Als ik slaap. Als ik werk. Als ik kook. Als ik schrijf. Als ik in de spiegel kijk. Ja, zelfs als ik seks heb. Het maakt niet uit waar ik ben. Ik doe het overal. Op het toilet. In de sportschool. In de bibliotheek. In bed. In een kledingwinkel. Het maakt ook niet uit met wie ik ben. Vrienden, familie, minnaar, vijand of alleen. Noem een plaats, tijdstip of activiteit en..
ik droom. Grootse, kleine, oppervlakkige, diepgaande, erotische, aardse, hemelse, bereikbare, onbereikbare, mooie, naargeestige, levensechte...Ze komen in alle vormen.
The sky is the limit.
Zoveel dromen. En maar een leven.
The sky is the limit.
Eigenlijk haat ik oneliners, en deze in het bijzonder. Want er is altijd een limit. Niets zo begrensd als de mens. Zijn denken, zijn mogelijkheden, zijn kunnen. Natuurlijk: groei, ontplooiing, ontwikkeling en wat al niet meer door de jaren heen. Kleine veranderingen, grote veranderingen. Veranderingen in uiterlijk. In innerlijk. Sommige gewenst, andere ongewenst. Maar het dromen blijft. Van een andere dag. Een andere plaats. Een andere tijd. Een andere maatschappij. Met een ander politiek klimaat. Een ander mens.
Altijd dezelfde limit. De realiteit. Na twintig jaar kan ik het nog steeds niet. De realiteit accepteren en stoppen met dromen. Het ontwaken een pijnlijke kwelling. Ik zet Imagine nog maar eens aan. Op vol volume. You may say I'm a dreamer. En inderdaad John, je was niet de enige. Ik droom. Mijn hele leven.
Een van mijn favoriete oneliners. Maar wat wil je ook. Als rasdromer. Imagine van John Lennon, mijn levenslied. Die, zoals een andere Trouwschrijver beschreef, helaas geen zeventig mocht worden. Yoko Ono droomt nog steeds van zijn terugkeer. Ik ook (al weet ik niet of John zo graag zou terugkeren in deze wereld). Afijn, dat is slechts een van mijn dromen. Een van de vele, wel te verstaan. Ze komen op elk moment. Dag, nacht. Als ik slaap. Als ik werk. Als ik kook. Als ik schrijf. Als ik in de spiegel kijk. Ja, zelfs als ik seks heb. Het maakt niet uit waar ik ben. Ik doe het overal. Op het toilet. In de sportschool. In de bibliotheek. In bed. In een kledingwinkel. Het maakt ook niet uit met wie ik ben. Vrienden, familie, minnaar, vijand of alleen. Noem een plaats, tijdstip of activiteit en..
ik droom. Grootse, kleine, oppervlakkige, diepgaande, erotische, aardse, hemelse, bereikbare, onbereikbare, mooie, naargeestige, levensechte...Ze komen in alle vormen.
The sky is the limit.
Zoveel dromen. En maar een leven.
The sky is the limit.
Eigenlijk haat ik oneliners, en deze in het bijzonder. Want er is altijd een limit. Niets zo begrensd als de mens. Zijn denken, zijn mogelijkheden, zijn kunnen. Natuurlijk: groei, ontplooiing, ontwikkeling en wat al niet meer door de jaren heen. Kleine veranderingen, grote veranderingen. Veranderingen in uiterlijk. In innerlijk. Sommige gewenst, andere ongewenst. Maar het dromen blijft. Van een andere dag. Een andere plaats. Een andere tijd. Een andere maatschappij. Met een ander politiek klimaat. Een ander mens.
Altijd dezelfde limit. De realiteit. Na twintig jaar kan ik het nog steeds niet. De realiteit accepteren en stoppen met dromen. Het ontwaken een pijnlijke kwelling. Ik zet Imagine nog maar eens aan. Op vol volume. You may say I'm a dreamer. En inderdaad John, je was niet de enige. Ik droom. Mijn hele leven.
dinsdag 5 oktober 2010
Brieven naar Libanon
Palestina en Israël. Een omvangrijk conflict waarvan Alice de achtergrond slechts vaag kende. Iets met Joden en moslims. Die allebei op hetzelfde stuk land wilden wonen. Hamas, Hezbollah. Fata. Arafat. Netanyahu. Er daagde iets uit een geschiedenisles van het eerste jaar. De uittocht van Mozes. Kanaän. Heette de zanger van dat liedje van het EK Voetbal trouwens ook niet zo?
Ze was al lang geleden opgehouden met het volgen van nieuws uit dat gebied. Kruisraketten. Zelfmoordaanslagen. Actie en reactie. De VN die zich er dan wel en dan niet mee bemoeide. Amerikaanse presidenten schenen zich er ook altijd mee bezig te houden. Conny Mus identificeerde ze er ook mee. Die was onlangs overleden. Of was dat iemand anders? Ze wist het niet. Iedere keer als er weer ingeschakeld werd op een live-verbinding met Tel Aviv of Gaza zapte ze weg. What’s new. Het was zoveel van hetzelfde. Nee, dan keek ze liever naar MTV. Of TMF.
Tot de dag dat ze Heleen ontmoette. Heleen was de nieuwe lerares levensbeschouwing. Heleen was op zichzelf al uitzonderlijk. Een Nederlandse vrouw, of eigenlijk moest ze zeggen autochtone vrouw, van top tot teen gehuld in islamitische gewaden. Overtuigd moslim. Nu dan. Via Jodendom en christendom was ze uitgekomen bij het moslimdom. Of kon je dat niet zo zeggen, moslimdom? Nou ja, ze had alle religies doorlopen. Nu had ze als hobby boeddhisme. Ze was blijkbaar nog altijd zoekende. Nu kon Alice dat wel begrijpen – ze was zelf overtuigd agnost, voor zover je daar dan overtuigd van kon zijn als 17 jarige – maar dat was niet wat haar het meest intrigeerde aan Heleen. Haar man was Palestijn. Een politiek vluchteling. Al jaren was hij bezig om zijn zus naar Nederland te halen. Zijn zus zat in een Palestijnenkamp, iets buiten Beiroet. Brieven schrijven, brieven schrijven en nog meer brieven schrijven. Het hielp allemaal niets.
De meeste van de brieven leken sowieso niet aan te komen. Na zestig jaar was de postvoorziening nog steeds belabberd. Maar dat was niet het enige wat belabberd was. De verhalen van Heleen over dat kamp in Beiroet logen er niet om. Onhumanitair was een understatement. Grote armoede. Geen gelijke rechten. Geen enkele kans om een bestaan op te bouwen. Werken mocht immers niet. Geen paspoort. Dus ook geen kans om weg te komen of het bestaan - legaal dan - te ontvluchten.
Alice begreep er maar de helft van. Zoiets kon toch niet? Anno 2010? En dat al zestig jaar lang? Ik bedoel, je had toch Amnesty enzo. De VN. Het Rode Kruis. En wat al niet meer. En Libanon zelf dan? Ze had nog nooit iets over dat kamp gehoord op het nieuws, dat wist ze zeker. Op een bizarre manier hadden de verhalen van Heleen zich vastgebeten in haar. Ze kon ze niet meer uit haar hoofd zetten.
Een uurtje googlen werd een dag googlen. En nog een dag googlen. En nog een. Het liet haar niet los. Ze besloot om haar profielwerkstuk erover te schrijven. Haar klasgenoot Pieter was wat moeilijk te overtuigen geweest van het belang ervan, en ook de geschiedenisleraar stemde niet meteen in, maar ze had haar zin gekregen. Zoals altijd. Ze kwam erachter dat de verhalen van Heleen overeen kwamen met de werkelijkheid. Na aanvankelijk een generatie vluchtelingen waren er inmiddels vier generaties vluchtelingen. Als vluchteling geboren, betekende vluchteling blijven. Ze kwam er ook achter hoe het kwam dat het kamp nog altijd zo voort kon bestaan. Een politiek wespennest, dat was het. En niemand wilde bulten op zijn vingers.
Na het afronden van het VWO in de zomer van 2010 is Alice begonnen met twee studies. Nederlands en Internationale betrekkingen. Met een doel voor ogen: op een dag een roman schrijven. Over het kamp in Beiroet. Opdat niemand meer zou niet-weten. Vastbesloten om de toestand te veranderen. Ze zou haar zin krijgen. Zoals altijd.
Ze was al lang geleden opgehouden met het volgen van nieuws uit dat gebied. Kruisraketten. Zelfmoordaanslagen. Actie en reactie. De VN die zich er dan wel en dan niet mee bemoeide. Amerikaanse presidenten schenen zich er ook altijd mee bezig te houden. Conny Mus identificeerde ze er ook mee. Die was onlangs overleden. Of was dat iemand anders? Ze wist het niet. Iedere keer als er weer ingeschakeld werd op een live-verbinding met Tel Aviv of Gaza zapte ze weg. What’s new. Het was zoveel van hetzelfde. Nee, dan keek ze liever naar MTV. Of TMF.
Tot de dag dat ze Heleen ontmoette. Heleen was de nieuwe lerares levensbeschouwing. Heleen was op zichzelf al uitzonderlijk. Een Nederlandse vrouw, of eigenlijk moest ze zeggen autochtone vrouw, van top tot teen gehuld in islamitische gewaden. Overtuigd moslim. Nu dan. Via Jodendom en christendom was ze uitgekomen bij het moslimdom. Of kon je dat niet zo zeggen, moslimdom? Nou ja, ze had alle religies doorlopen. Nu had ze als hobby boeddhisme. Ze was blijkbaar nog altijd zoekende. Nu kon Alice dat wel begrijpen – ze was zelf overtuigd agnost, voor zover je daar dan overtuigd van kon zijn als 17 jarige – maar dat was niet wat haar het meest intrigeerde aan Heleen. Haar man was Palestijn. Een politiek vluchteling. Al jaren was hij bezig om zijn zus naar Nederland te halen. Zijn zus zat in een Palestijnenkamp, iets buiten Beiroet. Brieven schrijven, brieven schrijven en nog meer brieven schrijven. Het hielp allemaal niets.
De meeste van de brieven leken sowieso niet aan te komen. Na zestig jaar was de postvoorziening nog steeds belabberd. Maar dat was niet het enige wat belabberd was. De verhalen van Heleen over dat kamp in Beiroet logen er niet om. Onhumanitair was een understatement. Grote armoede. Geen gelijke rechten. Geen enkele kans om een bestaan op te bouwen. Werken mocht immers niet. Geen paspoort. Dus ook geen kans om weg te komen of het bestaan - legaal dan - te ontvluchten.
Alice begreep er maar de helft van. Zoiets kon toch niet? Anno 2010? En dat al zestig jaar lang? Ik bedoel, je had toch Amnesty enzo. De VN. Het Rode Kruis. En wat al niet meer. En Libanon zelf dan? Ze had nog nooit iets over dat kamp gehoord op het nieuws, dat wist ze zeker. Op een bizarre manier hadden de verhalen van Heleen zich vastgebeten in haar. Ze kon ze niet meer uit haar hoofd zetten.
Een uurtje googlen werd een dag googlen. En nog een dag googlen. En nog een. Het liet haar niet los. Ze besloot om haar profielwerkstuk erover te schrijven. Haar klasgenoot Pieter was wat moeilijk te overtuigen geweest van het belang ervan, en ook de geschiedenisleraar stemde niet meteen in, maar ze had haar zin gekregen. Zoals altijd. Ze kwam erachter dat de verhalen van Heleen overeen kwamen met de werkelijkheid. Na aanvankelijk een generatie vluchtelingen waren er inmiddels vier generaties vluchtelingen. Als vluchteling geboren, betekende vluchteling blijven. Ze kwam er ook achter hoe het kwam dat het kamp nog altijd zo voort kon bestaan. Een politiek wespennest, dat was het. En niemand wilde bulten op zijn vingers.
Na het afronden van het VWO in de zomer van 2010 is Alice begonnen met twee studies. Nederlands en Internationale betrekkingen. Met een doel voor ogen: op een dag een roman schrijven. Over het kamp in Beiroet. Opdat niemand meer zou niet-weten. Vastbesloten om de toestand te veranderen. Ze zou haar zin krijgen. Zoals altijd.
zondag 3 oktober 2010
Elastiekjes en knopen en gebruiksaanwijzingen
‘Mevrouw Leijtens, neem plaats op de bank. Maak het uzelf maar gemakkelijk. Wilt u koffie?’
‘Nee.’
‘Thee misschien?’
‘Welke smaken heeft u?’
‘Groene thee, Yogithee en kamillethee.’
‘Geen bosbessen?’
‘Nee, geen bosbessen.’
‘Oke.’
‘Groene thee dan maar?’
‘Nee dank u.’
‘Zullen we dan maar beginnen?’
‘Ja.’
‘Mag ik je Natasha noemen trouwens?’
‘Ja.’
‘Oke, Natasha. Ik ga je zo een aantal woorden noemen en jij moet zeggen wat het in je oproept. Welke emotie je voelt. Wat het met je doet. Oke?’
‘Ja.’
‘Hier is de eerste: elastiekjes.’
‘Die gebruik ik in mijn haar. Ik heb er nu een in. Andere toepassingen ken ik niet. Soms doet het pijn, het verwijderen van een elastiekje. Weet u wel, als er haren aan vast zitten?’
‘Ja, oke, duidelijk. Het volgende woord: knopen.’
‘Die bewaar ik. Ik vind het vervelend als er ergens een knoop afgaat. Ik kan ze namelijk niet zelf aanzetten, weet u. Denk ik trouwens.'
'Waarom denk je dat?'
'Eigenlijk heb ik het nog nooit geprobeerd. Mijn moeder deed het altijd. Soms doet een vriendin het. Ik heb een hele la met allerlei knopen. Soms gooi ik een kledingstuk weg, als de knoop eraf is. De knoop bewaar ik. Is dat erg?’
‘We gaan nu nog niet analyseren. Probeer alleen te denken aan het gevoel dat het oproept, en veroordeel het gevoel niet. Verbindt er geen conclusies aan. Het volgende woord: gebruiksaanwijzingen.’
‘Gebruiksaanwijzingen. Moeilijk.’
‘Ja? Hoezo? Omschrijf me wat je voelt. Wat je er moeilijk aan vindt.’
‘Ik heb er niks mee. Ik begin meestal gewoon. Het ‘bezint’ sla ik over. Of laat ik aan een ander over. Ja, ik zie u denken: is dat verstandig? Nou nee. Maakt het me gelukkig? Ja, als die ander erin slaagt om mijn fouten te herstellen.’
‘Sorry Natasha, ik moet je even onderbreken. Omschrijf wat je voelt. Ik ben er niet om te oordelen. Ik luister. Laten we opnieuw beginnen. Ik zeg gebruiksaanwijzing en jij stelt je voor dat je een gebruiksaanwijzing ziet. Hij ligt voor je. Hoe voel je je nu?’
‘Onmachtig. Onbenullig. Nutteloos.’
‘Ja, ga door. Omschrijf waarom. Waarom voel je je onmachtig?’
‘Ik snap het niet. Ik snap niet hoe andere mensen het kunnen. Ik begrijp het niet. Ik mis een gen denk ik. Het klusgen. Maar ik wil het niet niet-begrijpen. Ik kan niet niet-begrijpen. Uren kan ik naar zo’n gebruiksaanwijzing kijken. Proberen er wijs uit te worden. Proberen me in te leven in Nico van Eigen huis en tuin, hoe hij het zou aanpakken. Maar het lukt niet. En nog geef ik het niet op. Ik blijf ernaar kijken. Ik moet ernaar blijven kijken. Ik kan het niet loslaten. Ik kan niet opgeven. Ik kan het niet. Sorry, hebt u een tissue?’
‘Hier. Neem ook even een slok water. Ik zie dat het veel in je oproept. We gaan verder als jij er klaar voor bent.’
‘Ik moet ook altijd huilen. Daarna. En dan pak ik mijn telefoon en scroll door de lijst. Op zoek naar een man. Om me te helpen. Maar er is alleen mijn vader. En een (ex)-scharrel. Die wil wel langskomen, maar niet om te klussen. Ik voel me nutteloos. Waarom kan ik het niet.’
‘Oke, Natasha. Kom nog even tot jezelf. Hier heb je nog een tissue. We gaan zo verder met analyse.’
‘De seks was overigens wel goed.’
‘Oke.’
‘Nee.’
‘Thee misschien?’
‘Welke smaken heeft u?’
‘Groene thee, Yogithee en kamillethee.’
‘Geen bosbessen?’
‘Nee, geen bosbessen.’
‘Oke.’
‘Groene thee dan maar?’
‘Nee dank u.’
‘Zullen we dan maar beginnen?’
‘Ja.’
‘Mag ik je Natasha noemen trouwens?’
‘Ja.’
‘Oke, Natasha. Ik ga je zo een aantal woorden noemen en jij moet zeggen wat het in je oproept. Welke emotie je voelt. Wat het met je doet. Oke?’
‘Ja.’
‘Hier is de eerste: elastiekjes.’
‘Die gebruik ik in mijn haar. Ik heb er nu een in. Andere toepassingen ken ik niet. Soms doet het pijn, het verwijderen van een elastiekje. Weet u wel, als er haren aan vast zitten?’
‘Ja, oke, duidelijk. Het volgende woord: knopen.’
‘Die bewaar ik. Ik vind het vervelend als er ergens een knoop afgaat. Ik kan ze namelijk niet zelf aanzetten, weet u. Denk ik trouwens.'
'Waarom denk je dat?'
'Eigenlijk heb ik het nog nooit geprobeerd. Mijn moeder deed het altijd. Soms doet een vriendin het. Ik heb een hele la met allerlei knopen. Soms gooi ik een kledingstuk weg, als de knoop eraf is. De knoop bewaar ik. Is dat erg?’
‘We gaan nu nog niet analyseren. Probeer alleen te denken aan het gevoel dat het oproept, en veroordeel het gevoel niet. Verbindt er geen conclusies aan. Het volgende woord: gebruiksaanwijzingen.’
‘Gebruiksaanwijzingen. Moeilijk.’
‘Ja? Hoezo? Omschrijf me wat je voelt. Wat je er moeilijk aan vindt.’
‘Ik heb er niks mee. Ik begin meestal gewoon. Het ‘bezint’ sla ik over. Of laat ik aan een ander over. Ja, ik zie u denken: is dat verstandig? Nou nee. Maakt het me gelukkig? Ja, als die ander erin slaagt om mijn fouten te herstellen.’
‘Sorry Natasha, ik moet je even onderbreken. Omschrijf wat je voelt. Ik ben er niet om te oordelen. Ik luister. Laten we opnieuw beginnen. Ik zeg gebruiksaanwijzing en jij stelt je voor dat je een gebruiksaanwijzing ziet. Hij ligt voor je. Hoe voel je je nu?’
‘Onmachtig. Onbenullig. Nutteloos.’
‘Ja, ga door. Omschrijf waarom. Waarom voel je je onmachtig?’
‘Ik snap het niet. Ik snap niet hoe andere mensen het kunnen. Ik begrijp het niet. Ik mis een gen denk ik. Het klusgen. Maar ik wil het niet niet-begrijpen. Ik kan niet niet-begrijpen. Uren kan ik naar zo’n gebruiksaanwijzing kijken. Proberen er wijs uit te worden. Proberen me in te leven in Nico van Eigen huis en tuin, hoe hij het zou aanpakken. Maar het lukt niet. En nog geef ik het niet op. Ik blijf ernaar kijken. Ik moet ernaar blijven kijken. Ik kan het niet loslaten. Ik kan niet opgeven. Ik kan het niet. Sorry, hebt u een tissue?’
‘Hier. Neem ook even een slok water. Ik zie dat het veel in je oproept. We gaan verder als jij er klaar voor bent.’
‘Ik moet ook altijd huilen. Daarna. En dan pak ik mijn telefoon en scroll door de lijst. Op zoek naar een man. Om me te helpen. Maar er is alleen mijn vader. En een (ex)-scharrel. Die wil wel langskomen, maar niet om te klussen. Ik voel me nutteloos. Waarom kan ik het niet.’
‘Oke, Natasha. Kom nog even tot jezelf. Hier heb je nog een tissue. We gaan zo verder met analyse.’
‘De seks was overigens wel goed.’
‘Oke.’
Abonneren op:
Posts (Atom)