Met een brede grijns
schuift de stemmende premier
zichzelf door de gleuf
(c) Papagoose, schrijfveer "Jezelf verkiezen", 07-10-2010
donderdag 7 oktober 2010
woensdag 6 oktober 2010
Ophoesten, niet opgeven. (ik moet vooruit)
Na in de afgelopen weken zes keer met veel plezier de hardloopdraad weer te hebben opgepakt, kon het niet uitblijven. Een ordinaire griep heeft een voortijdig einde aan mijn net weer opgestarte loopcarrière gemaakt. Het is niet bij griep gebleven. Na een week van algehele malaise zijn de bacterien naar beneden afgedaald en hebben zij de afslag naar mijn bronchiën gevonden.
De slijmcellen in mijn luchtpijptakken, vergezeld van een bacterie hier en daar, vieren sindsdien hun eigen feestje. Gezellig pruttelen en roggelen ze vierentwintig uur per dag, steeds op- en afgaand tussen bronchiën en alveoli. Soms verdwalen ze achter mijn sternum. Met een pijnlijke hoestbui tot gevolg. Een spoedig vertrek van deze vijanden uit mijn lichaam kan ik vergeten, de slijmcellen en bacteriën hebben maling aan mij, hun gastvrouw. Ze peinzen er doodeenvoudig niet over om hun warme verblijfplaats in mijn luchtpijptakken te verlaten.
Ik zou zo aan de slag kunnen in het Dolfinarium, als hoofdattractie van de middagmatinee bij de walrussen. Een kwestie van een baard laten aanmeten, mijn voortanden laten bijvijlen en echt, ik pas er zó tussen. Helaas is het talent om een visje tussen mijn tanden te kunnen vangen, aan mij voorbijgegaan. Een bijbaan in de dolfijne entertainmentbusiness zit er dus niet in, noch heb ik de energie ervoor.
Intussen zit ik als eigenaresse van die besmette luchtpijptakken looploos op de bank en nee, ik ben niet blij met die ontwikkeling. Weer stoppen met hardlopen. Weer uitstel. Het kost me minstens weer twee weken, zo niet meer, om weer op een klein beetje conditie te komen. Mijn verstand weet, dat dit tijdelijke uitstel beter is, dan de boel verder te verzieken door te vroeg te gaan lopen en daarmee een nieuwe ontsteking uit te lokken.
Verdorie, ik wilde vooruit. Nu sta ik stil. Diep van binnen weet ik best, dat deze stilstand uiteindelijk vooruitgang oplevert. Het is slechts een kwestie van geduld.
Laat ik dat nou net niet hebben. Het gen daarvoor is ongetwijfeld deze week door de een of andere bacterie weggevreten.
De slijmcellen in mijn luchtpijptakken, vergezeld van een bacterie hier en daar, vieren sindsdien hun eigen feestje. Gezellig pruttelen en roggelen ze vierentwintig uur per dag, steeds op- en afgaand tussen bronchiën en alveoli. Soms verdwalen ze achter mijn sternum. Met een pijnlijke hoestbui tot gevolg. Een spoedig vertrek van deze vijanden uit mijn lichaam kan ik vergeten, de slijmcellen en bacteriën hebben maling aan mij, hun gastvrouw. Ze peinzen er doodeenvoudig niet over om hun warme verblijfplaats in mijn luchtpijptakken te verlaten.
Ik zou zo aan de slag kunnen in het Dolfinarium, als hoofdattractie van de middagmatinee bij de walrussen. Een kwestie van een baard laten aanmeten, mijn voortanden laten bijvijlen en echt, ik pas er zó tussen. Helaas is het talent om een visje tussen mijn tanden te kunnen vangen, aan mij voorbijgegaan. Een bijbaan in de dolfijne entertainmentbusiness zit er dus niet in, noch heb ik de energie ervoor.
Intussen zit ik als eigenaresse van die besmette luchtpijptakken looploos op de bank en nee, ik ben niet blij met die ontwikkeling. Weer stoppen met hardlopen. Weer uitstel. Het kost me minstens weer twee weken, zo niet meer, om weer op een klein beetje conditie te komen. Mijn verstand weet, dat dit tijdelijke uitstel beter is, dan de boel verder te verzieken door te vroeg te gaan lopen en daarmee een nieuwe ontsteking uit te lokken.
Verdorie, ik wilde vooruit. Nu sta ik stil. Diep van binnen weet ik best, dat deze stilstand uiteindelijk vooruitgang oplevert. Het is slechts een kwestie van geduld.
Laat ik dat nou net niet hebben. Het gen daarvoor is ongetwijfeld deze week door de een of andere bacterie weggevreten.
dinsdag 5 oktober 2010
Brieven naar Libanon
Palestina en Israël. Een omvangrijk conflict waarvan Alice de achtergrond slechts vaag kende. Iets met Joden en moslims. Die allebei op hetzelfde stuk land wilden wonen. Hamas, Hezbollah. Fata. Arafat. Netanyahu. Er daagde iets uit een geschiedenisles van het eerste jaar. De uittocht van Mozes. Kanaän. Heette de zanger van dat liedje van het EK Voetbal trouwens ook niet zo?
Ze was al lang geleden opgehouden met het volgen van nieuws uit dat gebied. Kruisraketten. Zelfmoordaanslagen. Actie en reactie. De VN die zich er dan wel en dan niet mee bemoeide. Amerikaanse presidenten schenen zich er ook altijd mee bezig te houden. Conny Mus identificeerde ze er ook mee. Die was onlangs overleden. Of was dat iemand anders? Ze wist het niet. Iedere keer als er weer ingeschakeld werd op een live-verbinding met Tel Aviv of Gaza zapte ze weg. What’s new. Het was zoveel van hetzelfde. Nee, dan keek ze liever naar MTV. Of TMF.
Tot de dag dat ze Heleen ontmoette. Heleen was de nieuwe lerares levensbeschouwing. Heleen was op zichzelf al uitzonderlijk. Een Nederlandse vrouw, of eigenlijk moest ze zeggen autochtone vrouw, van top tot teen gehuld in islamitische gewaden. Overtuigd moslim. Nu dan. Via Jodendom en christendom was ze uitgekomen bij het moslimdom. Of kon je dat niet zo zeggen, moslimdom? Nou ja, ze had alle religies doorlopen. Nu had ze als hobby boeddhisme. Ze was blijkbaar nog altijd zoekende. Nu kon Alice dat wel begrijpen – ze was zelf overtuigd agnost, voor zover je daar dan overtuigd van kon zijn als 17 jarige – maar dat was niet wat haar het meest intrigeerde aan Heleen. Haar man was Palestijn. Een politiek vluchteling. Al jaren was hij bezig om zijn zus naar Nederland te halen. Zijn zus zat in een Palestijnenkamp, iets buiten Beiroet. Brieven schrijven, brieven schrijven en nog meer brieven schrijven. Het hielp allemaal niets.
De meeste van de brieven leken sowieso niet aan te komen. Na zestig jaar was de postvoorziening nog steeds belabberd. Maar dat was niet het enige wat belabberd was. De verhalen van Heleen over dat kamp in Beiroet logen er niet om. Onhumanitair was een understatement. Grote armoede. Geen gelijke rechten. Geen enkele kans om een bestaan op te bouwen. Werken mocht immers niet. Geen paspoort. Dus ook geen kans om weg te komen of het bestaan - legaal dan - te ontvluchten.
Alice begreep er maar de helft van. Zoiets kon toch niet? Anno 2010? En dat al zestig jaar lang? Ik bedoel, je had toch Amnesty enzo. De VN. Het Rode Kruis. En wat al niet meer. En Libanon zelf dan? Ze had nog nooit iets over dat kamp gehoord op het nieuws, dat wist ze zeker. Op een bizarre manier hadden de verhalen van Heleen zich vastgebeten in haar. Ze kon ze niet meer uit haar hoofd zetten.
Een uurtje googlen werd een dag googlen. En nog een dag googlen. En nog een. Het liet haar niet los. Ze besloot om haar profielwerkstuk erover te schrijven. Haar klasgenoot Pieter was wat moeilijk te overtuigen geweest van het belang ervan, en ook de geschiedenisleraar stemde niet meteen in, maar ze had haar zin gekregen. Zoals altijd. Ze kwam erachter dat de verhalen van Heleen overeen kwamen met de werkelijkheid. Na aanvankelijk een generatie vluchtelingen waren er inmiddels vier generaties vluchtelingen. Als vluchteling geboren, betekende vluchteling blijven. Ze kwam er ook achter hoe het kwam dat het kamp nog altijd zo voort kon bestaan. Een politiek wespennest, dat was het. En niemand wilde bulten op zijn vingers.
Na het afronden van het VWO in de zomer van 2010 is Alice begonnen met twee studies. Nederlands en Internationale betrekkingen. Met een doel voor ogen: op een dag een roman schrijven. Over het kamp in Beiroet. Opdat niemand meer zou niet-weten. Vastbesloten om de toestand te veranderen. Ze zou haar zin krijgen. Zoals altijd.
Ze was al lang geleden opgehouden met het volgen van nieuws uit dat gebied. Kruisraketten. Zelfmoordaanslagen. Actie en reactie. De VN die zich er dan wel en dan niet mee bemoeide. Amerikaanse presidenten schenen zich er ook altijd mee bezig te houden. Conny Mus identificeerde ze er ook mee. Die was onlangs overleden. Of was dat iemand anders? Ze wist het niet. Iedere keer als er weer ingeschakeld werd op een live-verbinding met Tel Aviv of Gaza zapte ze weg. What’s new. Het was zoveel van hetzelfde. Nee, dan keek ze liever naar MTV. Of TMF.
Tot de dag dat ze Heleen ontmoette. Heleen was de nieuwe lerares levensbeschouwing. Heleen was op zichzelf al uitzonderlijk. Een Nederlandse vrouw, of eigenlijk moest ze zeggen autochtone vrouw, van top tot teen gehuld in islamitische gewaden. Overtuigd moslim. Nu dan. Via Jodendom en christendom was ze uitgekomen bij het moslimdom. Of kon je dat niet zo zeggen, moslimdom? Nou ja, ze had alle religies doorlopen. Nu had ze als hobby boeddhisme. Ze was blijkbaar nog altijd zoekende. Nu kon Alice dat wel begrijpen – ze was zelf overtuigd agnost, voor zover je daar dan overtuigd van kon zijn als 17 jarige – maar dat was niet wat haar het meest intrigeerde aan Heleen. Haar man was Palestijn. Een politiek vluchteling. Al jaren was hij bezig om zijn zus naar Nederland te halen. Zijn zus zat in een Palestijnenkamp, iets buiten Beiroet. Brieven schrijven, brieven schrijven en nog meer brieven schrijven. Het hielp allemaal niets.
De meeste van de brieven leken sowieso niet aan te komen. Na zestig jaar was de postvoorziening nog steeds belabberd. Maar dat was niet het enige wat belabberd was. De verhalen van Heleen over dat kamp in Beiroet logen er niet om. Onhumanitair was een understatement. Grote armoede. Geen gelijke rechten. Geen enkele kans om een bestaan op te bouwen. Werken mocht immers niet. Geen paspoort. Dus ook geen kans om weg te komen of het bestaan - legaal dan - te ontvluchten.
Alice begreep er maar de helft van. Zoiets kon toch niet? Anno 2010? En dat al zestig jaar lang? Ik bedoel, je had toch Amnesty enzo. De VN. Het Rode Kruis. En wat al niet meer. En Libanon zelf dan? Ze had nog nooit iets over dat kamp gehoord op het nieuws, dat wist ze zeker. Op een bizarre manier hadden de verhalen van Heleen zich vastgebeten in haar. Ze kon ze niet meer uit haar hoofd zetten.
Een uurtje googlen werd een dag googlen. En nog een dag googlen. En nog een. Het liet haar niet los. Ze besloot om haar profielwerkstuk erover te schrijven. Haar klasgenoot Pieter was wat moeilijk te overtuigen geweest van het belang ervan, en ook de geschiedenisleraar stemde niet meteen in, maar ze had haar zin gekregen. Zoals altijd. Ze kwam erachter dat de verhalen van Heleen overeen kwamen met de werkelijkheid. Na aanvankelijk een generatie vluchtelingen waren er inmiddels vier generaties vluchtelingen. Als vluchteling geboren, betekende vluchteling blijven. Ze kwam er ook achter hoe het kwam dat het kamp nog altijd zo voort kon bestaan. Een politiek wespennest, dat was het. En niemand wilde bulten op zijn vingers.
Na het afronden van het VWO in de zomer van 2010 is Alice begonnen met twee studies. Nederlands en Internationale betrekkingen. Met een doel voor ogen: op een dag een roman schrijven. Over het kamp in Beiroet. Opdat niemand meer zou niet-weten. Vastbesloten om de toestand te veranderen. Ze zou haar zin krijgen. Zoals altijd.
maandag 4 oktober 2010
Over die Dagen
Op deze dierendag 4 okt. 2010 wil ik Jip aan het woord laten met de column die nog moet verschijnen in de VoordorpVooruit van oktober 2010. Ik zou graag een foto van hem er bij plaatsen, maar zie er geen mogelijkheid meer voor.
Over die Dagen
Iedereen weer gezond terug van de zomervakantie? Nou ik heb het ook heel goed gehad hoor. Samen met Ietje – mijn logeer vriendin – rende ik over het strand van Almere Haven, terwijl Baasje steunend en kreunend in Polen bergen beklom. Gelukkig heeft ze het overleefd en zegt ze: 'die Polen zijn echt heel aardige mensen.' Dat was nog aan het begin van de zomer. Inmiddels is de langste dag verstreken en vandaag – de dag, dat ik dit schrijf – is het BURENDAG. Ik wist niet goed wat buren waren, dus heeft baasje mij dat uitgelegd. Buren, vertelde ze mij, is een ouderwets begrip en stamt uit een tijd dat mensen, die dicht bij elkaar woonden bijna dagelijks bij elkaar over de vloer kwamen. De achterdeur stond gewoon wijd open en kon soms niet eens op slot. Ook 's nachts niet. Ze babbelden wat over het een en ander – social talk heet dat – en hielpen elkaar als dat nodig was. De vrouwen werkten vooral binnenshuis en hadden daardoor meer tijd voor elkaar. Dus echt heel lang geleden en uit die tijd stamt ook het spreekwoord: Een goede buur is beter dan een verre vriend. Heel mooi! Baasje heeft het allemaal gekend, maar hier in onze flat in Voordorp zie ik nooit buren. Wij hebben helemaal geen buren. Wij hebben alleen geluiden. Voetstappen, rennende kindervoeten een huilende baby, een dicht slaande deur, geklop, geboor, en soms een scheldende vrouwen- of mannenstem.
Iemand wel eens een boze buur aan de deur gehad? Nou daar zit je natuurlijk ook niet op te wachten. Daar zet je toch geen koffie voor. Dat kunnen ze dan wel willen bij dat Oranje Fonds maar daar beginnen we echt niet aan. Nee hoor die tijd hebben we gehad. Geef mij maar liever die verre vriend. Weten jullie dat ik heel veel internetvrienden heb? Dat komt door mijn weblog 'Jip's Snuffelhoek', daar plaats ik al mijn columns geïllustreerd met foto's en filmpjes. Ik heb ook een eigen mailadres, dus als jullie een verre vriend van mij willen worden kan je me gewoon mailen. Twitteren mag ook. Net als de Koningin. Vandaag twitterde ze, dat ze een kaars heeft aangestoken tegen het geweld. Gek eigenlijk want kaarsen aansteken is toch iets van katholieken. O jé! Dat doet me ineens denken aan de dag dat Prinses Juliana ter communie ging en dat was geen gezond teken. Ik hoop voor de Koningin dat die dag voor haar niet gauw zal aanbreken. Voorlopig krijgen we op 4 oktober eerst nog een dierendag en dan is het wachten op de kortste dag. Aan het Oranje Fonds zal ik vragen of ze volgend jaar een 'aardige mensendag' willen stimuleren want aardige mensen wonen er genoeg in Voordorp en in onze flat en dat is ook meer van deze tijd.
Woef ! Jip
Jip's Snuffelhoek
mailadres: jip.russell@gmail.com
Over die Dagen
Iedereen weer gezond terug van de zomervakantie? Nou ik heb het ook heel goed gehad hoor. Samen met Ietje – mijn logeer vriendin – rende ik over het strand van Almere Haven, terwijl Baasje steunend en kreunend in Polen bergen beklom. Gelukkig heeft ze het overleefd en zegt ze: 'die Polen zijn echt heel aardige mensen.' Dat was nog aan het begin van de zomer. Inmiddels is de langste dag verstreken en vandaag – de dag, dat ik dit schrijf – is het BURENDAG. Ik wist niet goed wat buren waren, dus heeft baasje mij dat uitgelegd. Buren, vertelde ze mij, is een ouderwets begrip en stamt uit een tijd dat mensen, die dicht bij elkaar woonden bijna dagelijks bij elkaar over de vloer kwamen. De achterdeur stond gewoon wijd open en kon soms niet eens op slot. Ook 's nachts niet. Ze babbelden wat over het een en ander – social talk heet dat – en hielpen elkaar als dat nodig was. De vrouwen werkten vooral binnenshuis en hadden daardoor meer tijd voor elkaar. Dus echt heel lang geleden en uit die tijd stamt ook het spreekwoord: Een goede buur is beter dan een verre vriend. Heel mooi! Baasje heeft het allemaal gekend, maar hier in onze flat in Voordorp zie ik nooit buren. Wij hebben helemaal geen buren. Wij hebben alleen geluiden. Voetstappen, rennende kindervoeten een huilende baby, een dicht slaande deur, geklop, geboor, en soms een scheldende vrouwen- of mannenstem.
Iemand wel eens een boze buur aan de deur gehad? Nou daar zit je natuurlijk ook niet op te wachten. Daar zet je toch geen koffie voor. Dat kunnen ze dan wel willen bij dat Oranje Fonds maar daar beginnen we echt niet aan. Nee hoor die tijd hebben we gehad. Geef mij maar liever die verre vriend. Weten jullie dat ik heel veel internetvrienden heb? Dat komt door mijn weblog 'Jip's Snuffelhoek', daar plaats ik al mijn columns geïllustreerd met foto's en filmpjes. Ik heb ook een eigen mailadres, dus als jullie een verre vriend van mij willen worden kan je me gewoon mailen. Twitteren mag ook. Net als de Koningin. Vandaag twitterde ze, dat ze een kaars heeft aangestoken tegen het geweld. Gek eigenlijk want kaarsen aansteken is toch iets van katholieken. O jé! Dat doet me ineens denken aan de dag dat Prinses Juliana ter communie ging en dat was geen gezond teken. Ik hoop voor de Koningin dat die dag voor haar niet gauw zal aanbreken. Voorlopig krijgen we op 4 oktober eerst nog een dierendag en dan is het wachten op de kortste dag. Aan het Oranje Fonds zal ik vragen of ze volgend jaar een 'aardige mensendag' willen stimuleren want aardige mensen wonen er genoeg in Voordorp en in onze flat en dat is ook meer van deze tijd.
Woef ! Jip
Jip's Snuffelhoek
mailadres: jip.russell@gmail.com
zondag 3 oktober 2010
Elastiekjes en knopen en gebruiksaanwijzingen
‘Mevrouw Leijtens, neem plaats op de bank. Maak het uzelf maar gemakkelijk. Wilt u koffie?’
‘Nee.’
‘Thee misschien?’
‘Welke smaken heeft u?’
‘Groene thee, Yogithee en kamillethee.’
‘Geen bosbessen?’
‘Nee, geen bosbessen.’
‘Oke.’
‘Groene thee dan maar?’
‘Nee dank u.’
‘Zullen we dan maar beginnen?’
‘Ja.’
‘Mag ik je Natasha noemen trouwens?’
‘Ja.’
‘Oke, Natasha. Ik ga je zo een aantal woorden noemen en jij moet zeggen wat het in je oproept. Welke emotie je voelt. Wat het met je doet. Oke?’
‘Ja.’
‘Hier is de eerste: elastiekjes.’
‘Die gebruik ik in mijn haar. Ik heb er nu een in. Andere toepassingen ken ik niet. Soms doet het pijn, het verwijderen van een elastiekje. Weet u wel, als er haren aan vast zitten?’
‘Ja, oke, duidelijk. Het volgende woord: knopen.’
‘Die bewaar ik. Ik vind het vervelend als er ergens een knoop afgaat. Ik kan ze namelijk niet zelf aanzetten, weet u. Denk ik trouwens.'
'Waarom denk je dat?'
'Eigenlijk heb ik het nog nooit geprobeerd. Mijn moeder deed het altijd. Soms doet een vriendin het. Ik heb een hele la met allerlei knopen. Soms gooi ik een kledingstuk weg, als de knoop eraf is. De knoop bewaar ik. Is dat erg?’
‘We gaan nu nog niet analyseren. Probeer alleen te denken aan het gevoel dat het oproept, en veroordeel het gevoel niet. Verbindt er geen conclusies aan. Het volgende woord: gebruiksaanwijzingen.’
‘Gebruiksaanwijzingen. Moeilijk.’
‘Ja? Hoezo? Omschrijf me wat je voelt. Wat je er moeilijk aan vindt.’
‘Ik heb er niks mee. Ik begin meestal gewoon. Het ‘bezint’ sla ik over. Of laat ik aan een ander over. Ja, ik zie u denken: is dat verstandig? Nou nee. Maakt het me gelukkig? Ja, als die ander erin slaagt om mijn fouten te herstellen.’
‘Sorry Natasha, ik moet je even onderbreken. Omschrijf wat je voelt. Ik ben er niet om te oordelen. Ik luister. Laten we opnieuw beginnen. Ik zeg gebruiksaanwijzing en jij stelt je voor dat je een gebruiksaanwijzing ziet. Hij ligt voor je. Hoe voel je je nu?’
‘Onmachtig. Onbenullig. Nutteloos.’
‘Ja, ga door. Omschrijf waarom. Waarom voel je je onmachtig?’
‘Ik snap het niet. Ik snap niet hoe andere mensen het kunnen. Ik begrijp het niet. Ik mis een gen denk ik. Het klusgen. Maar ik wil het niet niet-begrijpen. Ik kan niet niet-begrijpen. Uren kan ik naar zo’n gebruiksaanwijzing kijken. Proberen er wijs uit te worden. Proberen me in te leven in Nico van Eigen huis en tuin, hoe hij het zou aanpakken. Maar het lukt niet. En nog geef ik het niet op. Ik blijf ernaar kijken. Ik moet ernaar blijven kijken. Ik kan het niet loslaten. Ik kan niet opgeven. Ik kan het niet. Sorry, hebt u een tissue?’
‘Hier. Neem ook even een slok water. Ik zie dat het veel in je oproept. We gaan verder als jij er klaar voor bent.’
‘Ik moet ook altijd huilen. Daarna. En dan pak ik mijn telefoon en scroll door de lijst. Op zoek naar een man. Om me te helpen. Maar er is alleen mijn vader. En een (ex)-scharrel. Die wil wel langskomen, maar niet om te klussen. Ik voel me nutteloos. Waarom kan ik het niet.’
‘Oke, Natasha. Kom nog even tot jezelf. Hier heb je nog een tissue. We gaan zo verder met analyse.’
‘De seks was overigens wel goed.’
‘Oke.’
‘Nee.’
‘Thee misschien?’
‘Welke smaken heeft u?’
‘Groene thee, Yogithee en kamillethee.’
‘Geen bosbessen?’
‘Nee, geen bosbessen.’
‘Oke.’
‘Groene thee dan maar?’
‘Nee dank u.’
‘Zullen we dan maar beginnen?’
‘Ja.’
‘Mag ik je Natasha noemen trouwens?’
‘Ja.’
‘Oke, Natasha. Ik ga je zo een aantal woorden noemen en jij moet zeggen wat het in je oproept. Welke emotie je voelt. Wat het met je doet. Oke?’
‘Ja.’
‘Hier is de eerste: elastiekjes.’
‘Die gebruik ik in mijn haar. Ik heb er nu een in. Andere toepassingen ken ik niet. Soms doet het pijn, het verwijderen van een elastiekje. Weet u wel, als er haren aan vast zitten?’
‘Ja, oke, duidelijk. Het volgende woord: knopen.’
‘Die bewaar ik. Ik vind het vervelend als er ergens een knoop afgaat. Ik kan ze namelijk niet zelf aanzetten, weet u. Denk ik trouwens.'
'Waarom denk je dat?'
'Eigenlijk heb ik het nog nooit geprobeerd. Mijn moeder deed het altijd. Soms doet een vriendin het. Ik heb een hele la met allerlei knopen. Soms gooi ik een kledingstuk weg, als de knoop eraf is. De knoop bewaar ik. Is dat erg?’
‘We gaan nu nog niet analyseren. Probeer alleen te denken aan het gevoel dat het oproept, en veroordeel het gevoel niet. Verbindt er geen conclusies aan. Het volgende woord: gebruiksaanwijzingen.’
‘Gebruiksaanwijzingen. Moeilijk.’
‘Ja? Hoezo? Omschrijf me wat je voelt. Wat je er moeilijk aan vindt.’
‘Ik heb er niks mee. Ik begin meestal gewoon. Het ‘bezint’ sla ik over. Of laat ik aan een ander over. Ja, ik zie u denken: is dat verstandig? Nou nee. Maakt het me gelukkig? Ja, als die ander erin slaagt om mijn fouten te herstellen.’
‘Sorry Natasha, ik moet je even onderbreken. Omschrijf wat je voelt. Ik ben er niet om te oordelen. Ik luister. Laten we opnieuw beginnen. Ik zeg gebruiksaanwijzing en jij stelt je voor dat je een gebruiksaanwijzing ziet. Hij ligt voor je. Hoe voel je je nu?’
‘Onmachtig. Onbenullig. Nutteloos.’
‘Ja, ga door. Omschrijf waarom. Waarom voel je je onmachtig?’
‘Ik snap het niet. Ik snap niet hoe andere mensen het kunnen. Ik begrijp het niet. Ik mis een gen denk ik. Het klusgen. Maar ik wil het niet niet-begrijpen. Ik kan niet niet-begrijpen. Uren kan ik naar zo’n gebruiksaanwijzing kijken. Proberen er wijs uit te worden. Proberen me in te leven in Nico van Eigen huis en tuin, hoe hij het zou aanpakken. Maar het lukt niet. En nog geef ik het niet op. Ik blijf ernaar kijken. Ik moet ernaar blijven kijken. Ik kan het niet loslaten. Ik kan niet opgeven. Ik kan het niet. Sorry, hebt u een tissue?’
‘Hier. Neem ook even een slok water. Ik zie dat het veel in je oproept. We gaan verder als jij er klaar voor bent.’
‘Ik moet ook altijd huilen. Daarna. En dan pak ik mijn telefoon en scroll door de lijst. Op zoek naar een man. Om me te helpen. Maar er is alleen mijn vader. En een (ex)-scharrel. Die wil wel langskomen, maar niet om te klussen. Ik voel me nutteloos. Waarom kan ik het niet.’
‘Oke, Natasha. Kom nog even tot jezelf. Hier heb je nog een tissue. We gaan zo verder met analyse.’
‘De seks was overigens wel goed.’
‘Oke.’
Rechte lijn
Het leven
is een rechte lijn
dat steeds
tussen twee punten,
zich kronkelend
aan mij voltrekt.
Schrijfveer
is een rechte lijn
dat steeds
tussen twee punten,
zich kronkelend
aan mij voltrekt.
Schrijfveer
vrijdag 1 oktober 2010
Een boom opzetten
''Dus hier moeten ze komen?''
''Ja, kijk maar, ze liggen er al, we hoeven ze alleen maar op te zetten.''
''Oja, ik zie het, drie stuks. Een hele klim trouwens, zo'n heuvel op, vroeger moesten ze die dingen zelf dragen.''
''Ja, heuvels zat, hier bij Arnhem, maar dat zelf dragen vroeger schoot ook niet op, hè. En morgen is het strak geregisseerd, een vlotte show, het draaiboek is van minuut tot minuut. Die hele kruisiging gaat niet meer dan dertig minuten duren.''
''En daarna?''
''Daarna gaat gewoon de applausmachine aan, hè. Hosanna voor Maxime, zal ik maar zeggen.''
''En Bleker?''
''Die wast zijn handen in onschuld.''
''Oké, doen we de middelste eerst? Voor Klink zeker?''
''Ja, Koning Klink in het midden en Koppejan en Ferrier aan weerszijden van hem. Bij Klink komt er ook nog een bordje op.''
''Oja? Wat komt daar op te staan?''
''Geen idee, wordt nog over vergaderd.''
''Zou het nou echt wel goed zijn voor de Partij, die samenwerking met Wilders?''
''Tsja, daar zouden we nog eens een boom over kunnen opzetten.''
''Ja, kijk maar, ze liggen er al, we hoeven ze alleen maar op te zetten.''
''Oja, ik zie het, drie stuks. Een hele klim trouwens, zo'n heuvel op, vroeger moesten ze die dingen zelf dragen.''
''Ja, heuvels zat, hier bij Arnhem, maar dat zelf dragen vroeger schoot ook niet op, hè. En morgen is het strak geregisseerd, een vlotte show, het draaiboek is van minuut tot minuut. Die hele kruisiging gaat niet meer dan dertig minuten duren.''
''En daarna?''
''Daarna gaat gewoon de applausmachine aan, hè. Hosanna voor Maxime, zal ik maar zeggen.''
''En Bleker?''
''Die wast zijn handen in onschuld.''
''Oké, doen we de middelste eerst? Voor Klink zeker?''
''Ja, Koning Klink in het midden en Koppejan en Ferrier aan weerszijden van hem. Bij Klink komt er ook nog een bordje op.''
''Oja? Wat komt daar op te staan?''
''Geen idee, wordt nog over vergaderd.''
''Zou het nou echt wel goed zijn voor de Partij, die samenwerking met Wilders?''
''Tsja, daar zouden we nog eens een boom over kunnen opzetten.''
Abonneren op:
Posts (Atom)