Schrijfveer over ''Applaus moet je horen als het er is.''
Hoe en wanneer ik operaliefhebber ben geworden, herinner ik mij gek genoeg niet meer. Het moet gebeurd zijn ergens tussen 1975 – toen ik kennis maakte met de schoonheid van klassieke muziek – en begin jaren tachtig toen ik voor het eerst zelf een opera bijwoonde. Maria Callas kende ik alleen van naam en van foto's uit de jaren zestig toen ik als jongen oude Panorama's doorbladerde en haar in ongeveer ieder nummer in zwart-wit tegenkwam, samen met haar toenmalige echtgenoot Onassis. Een excentrieke diva die van het ene schandaal naar het andere leefde, dat was ongeveer het beeld dat bij mij bleef hangen.
Waarschijnlijk in 1987 zette ik op een zondagmiddag mijn autoradio aan – altijd op vier – en werd getroffen door een stem zoals ik nog nooit eerder had gehoord. Ik kende deze volstrekt unieke stem niet, maar was meteen verkocht. Ik reed niet weg, maar bleef op de parkeerplaats staan luisteren tot de afkondiging. Dat was Maria Callas. Eindelijk drong de stem van de excentrieke diva door tot de oren van het jongetje dat tot operaliefhebber was uitgegroeid. De schandalen die haar altijd hadden aangekleefd deden er opeens niet meer toe. Iemand met zo'n stem vergeef je alles, ik in ieder geval wel, ter plekke en voor altijd.
Ik zal geen poging doen haar stem te beschrijven. ''Mooi'' is zeker niet het woord dat zich het eerst opdringt. Eerder ''verpletterend'', ''overweldigend'', ''hartverscheurend'' ''tragisch'' of iets dergelijks. Je houdt van haar, of je vindt het niks. Bij haar leven was het niet anders: men verafgoodde of verguisde haar. Ik heb geluidsopnames van één van haar optredens in de Scala te Milaan waar je door de ovaties heen het boegeroep van de Tebaldi-aanhangers kunt horen: Renata Tebaldi, die vóór Callas de gedoodverfde koningin van de Scala was, een lyrische sopraan met een prachtige stem die door Callas – maar vooral door toedoen van de media, ook toen al – de Scala ''uitgezongen'' was.
Alles aan Callas is tragisch. Haar jeugd was tragisch: ze gold als dik en onaantrekkelijk. Ze trouwde met een man die bijna dertig jaar ouder was en scheidde weer van hem. Ze brak voorgoed met haar moeder. Haar tweede huwelijk met Onassis was tragisch: hij liet haar voor het oog van de wereld zitten voor Jacqueline Kennedy. Ze schitterde het meest in tragische rollen en ze was gehaat bij haar collega's. Niets maakt collega's zo afgunstig als succes en haar eis bij repetities dat iedereen net als zijzelf op volle sterkte zou zingen, deed de rest. Haar einde was tragisch, ze stierf eenzaam en alleen, verguisd en vergeten, enkele jaren nadat ze nog een comeback had geprobeerd die vooral duidelijk maakte dat van haar legendarische stem weinig meer over was.
Op YouTube zijn veel fragmenten met haar te vinden. Voor beginners is dit een mooie (helaas zonder applaus): http://www.youtube.com/watch?v=1ZXwz0gj5fY
Ter vergelijking dezelfde aria door Tebaldi: http://www.youtube.com/watch?v=YTsRHEx3p8c Tebaldi zet in na drie minuten en zij krijgt, om de tragiek compleet te maken, wèl applaus.
donderdag 30 september 2010
woensdag 29 september 2010
Het leven is een rechte lijn
Het leven is een rechte lijn, dacht het kanaal en stroomde vlug verder.
Het leven is een rechte lijn, dacht de snelweg en rekte zich uit onder zijn viaduct.
Het leven is een rechte lijn, dacht de boer en ploegde diepe voren in zijn akker.
Het leven is net een waslijn, dacht de huisvrouw en hing de lakens recht.
Het leven is een rechte lijn, dacht de jubilaris en bekeek dankbaar zijn horloge.
Het leven is een rechte lijn, wist de infanterist en stormde naar voren.
Het leven van verdachte is een rechte lijn, zei de aanklager en vervolgde zijn requisitoir.
Het leven is een rechte lijn! riep de dominee door de kerk en iedereen luisterde.
Het leven is eigenlijk een aantal rechte lijnen tussen telkens twee verkiezingen,
mijmerde de politicus en woog zijn kansen.
De aard van het leven is rechtlijnig, overwoog de dogmaticus
en begon aan zijn dissertatie over fundamentalisme.
Het leven is een rechte lijn, wist het fotomodel en tuurde in de spiegel naar haar rimpels.
Het leven is de kortste verbinding tussen twee punten,
schreef de wiskundige in zijn afscheidsbrief en hing zichzelf op.
Het leven is een rechte lijn, besefte uiteindelijk ook de dichter
en verbrandde alles wat hij ooit had geschreven.
Het leven is een rechte lijn, dacht de snelweg en rekte zich uit onder zijn viaduct.
Het leven is een rechte lijn, dacht de boer en ploegde diepe voren in zijn akker.
Het leven is net een waslijn, dacht de huisvrouw en hing de lakens recht.
Het leven is een rechte lijn, dacht de jubilaris en bekeek dankbaar zijn horloge.
Het leven is een rechte lijn, wist de infanterist en stormde naar voren.
Het leven van verdachte is een rechte lijn, zei de aanklager en vervolgde zijn requisitoir.
Het leven is een rechte lijn! riep de dominee door de kerk en iedereen luisterde.
Het leven is eigenlijk een aantal rechte lijnen tussen telkens twee verkiezingen,
mijmerde de politicus en woog zijn kansen.
De aard van het leven is rechtlijnig, overwoog de dogmaticus
en begon aan zijn dissertatie over fundamentalisme.
Het leven is een rechte lijn, wist het fotomodel en tuurde in de spiegel naar haar rimpels.
Het leven is de kortste verbinding tussen twee punten,
schreef de wiskundige in zijn afscheidsbrief en hing zichzelf op.
Het leven is een rechte lijn, besefte uiteindelijk ook de dichter
en verbrandde alles wat hij ooit had geschreven.
dinsdag 28 september 2010
Tot mijn laatste snik
Besef je dat ik
elk ogenblik zonder jou
tegen tranen slik?
(c) Papagoose, schrijfveer "Tot mijn laatste snik", 28-09-2010
elk ogenblik zonder jou
tegen tranen slik?
(c) Papagoose, schrijfveer "Tot mijn laatste snik", 28-09-2010
zaterdag 25 september 2010
In mij nog steeds
Alle indrukken
van ieder zintuig
sinds mijn vormloos besef
schuldbewust ontwaakte
in jouw buik
de kakofonie van onderliggende boodschappen
in alle woorden
sindsdien tot mij gericht
alsook in de veelzeggendheid
van zwijgen
het knagende besef
van alle onbedoelde gevolgen
van alle handelingen
die ik in onwetendheid verrichtte
de worm die aan mij vreet
van het onstilbare verlangen
naar verzoening
van het onmogelijke
met het ongewenste.
van ieder zintuig
sinds mijn vormloos besef
schuldbewust ontwaakte
in jouw buik
de kakofonie van onderliggende boodschappen
in alle woorden
sindsdien tot mij gericht
alsook in de veelzeggendheid
van zwijgen
het knagende besef
van alle onbedoelde gevolgen
van alle handelingen
die ik in onwetendheid verrichtte
de worm die aan mij vreet
van het onstilbare verlangen
naar verzoening
van het onmogelijke
met het ongewenste.
vrijdag 24 september 2010
Pinksterbloemen
Om ze aan Jezus’ liefde
te kunnen warmen
sluit de charismatisch leider
alle gemeentevrouwen
in zijn armen
(c) Papagoose, schrijfveer "armen vol pinksterbloemen", 24-09-2010
te kunnen warmen
sluit de charismatisch leider
alle gemeentevrouwen
in zijn armen
(c) Papagoose, schrijfveer "armen vol pinksterbloemen", 24-09-2010
woensdag 22 september 2010
Dierproeven
Chimpansees liggen
laveloos onder de boom
gefermenteerd fruit
(c) Papagoose, schrijfveer "Stomdronken onder de kastanjeboom", 22-09-2010
laveloos onder de boom
gefermenteerd fruit
(c) Papagoose, schrijfveer "Stomdronken onder de kastanjeboom", 22-09-2010
Welteruften!
Wat vakanties betreft, ben ik een saai mens. Mijn eigen bed is namelijk onbetwist mijn favoriete slaapplaats. Nooit eerder kwam ik een fijner bed tegen. Eén meter tachtig breed, met matrassen gevormd naar mijn eigen lichaam, geheel gevuld met mijn geur, of incidenteel de geur van mijn favoriete wasmiddel. Daar kan toch geen bed in Griekenland of Italië tegen op? Laat staan een stapelbed in een vakantiehuisje in Overijssel.
De reden dat ik zo dol ben op mijn eigen bed is simpel: Ik heb een rare slaaphouding. Zo eentje waar veel ruimte voor nodig is. Mijn nachten begin ik namelijk consequent half op mijn buik, met mijn rechterbeen gestrekt. Mijn linkerbeen trek ik op tot mijn oksel, waarna ik mijn linkerarm over mijn bovenbeen sla om uiteindelijk de hand onder mijn voet, de hak om precies te zijn, neerleg. Elke nacht probeer ik eerst meerdere andere houdingen, rug, buik, zij, maar uiteindelijk slaap ik steeds in de eerder beschreven knoop in. Al jaren.
Dat is ook de reden waarom ik het liefst alleen slaap. Hoe vaak ik al geprobeerd heb om uit te leggen waarom ik in deze, voor samen slapen ongezellige, slaaphouding lig, vooraf al wetend dat het niet uit te leggen valt? Toch zeker al een aantal maal. En al die keren heb ik op mijn rug liggen wachten, tot mijn medeslaper sliep en ben toen in mijn vertrouwde slaapknoop gaan liggen, stiekem lachend om het feit dat mijn onwetende medeslaper nooit meer als dusdanig bestempeld zou gaan worden. Net goed.
De breedte van mijn eigen bed leent zich dus prima voor dit soort standjes. Op vakantie moet ik dat maar afwachten. Is het bed te zacht zodat mijn gezicht in het matras ondergedompeld wordt, waardoor ik geen adem meer kan krijgen? Is het zo hard dat ik 's ochtends wakker wordt met pijn in mijn ribben? Is het wel breed genoeg, lang genoeg? Ruikt het lekker? En het is meer dan eens voorgekomen, dat wanneer het bed aan mijn voorwaarden voldeed, ik ’s nachts verkleumd wakker werd, omdat de bedmijten er met mijn dekbed vandoor waren gegaan. Ik ben vervelend, lastig en veeleisend, maar het gaat dan ook om niet zomaar iets.
Nouja, en zo kan het dus ook zomaar gebeuren, dat ik plots in een stapelbed van zeventig centimeter breed terecht kom, met het trapje naar boven op een erg ongemakkelijke plaats, ergens in een huisje in Overijssel, waar mijn tenen de ene muur raken en mijn hoofd de andere. Mijn knoop verandert dan ineens in een wel erg lenige positie en als ik dan mijn zoon boven mij hoor zeggen 'welteruften', ondertussen een wind mijn kant opsturend, is er nog maar één ding dat ik wens: Mijn eigen bed.
De reden dat ik zo dol ben op mijn eigen bed is simpel: Ik heb een rare slaaphouding. Zo eentje waar veel ruimte voor nodig is. Mijn nachten begin ik namelijk consequent half op mijn buik, met mijn rechterbeen gestrekt. Mijn linkerbeen trek ik op tot mijn oksel, waarna ik mijn linkerarm over mijn bovenbeen sla om uiteindelijk de hand onder mijn voet, de hak om precies te zijn, neerleg. Elke nacht probeer ik eerst meerdere andere houdingen, rug, buik, zij, maar uiteindelijk slaap ik steeds in de eerder beschreven knoop in. Al jaren.
Dat is ook de reden waarom ik het liefst alleen slaap. Hoe vaak ik al geprobeerd heb om uit te leggen waarom ik in deze, voor samen slapen ongezellige, slaaphouding lig, vooraf al wetend dat het niet uit te leggen valt? Toch zeker al een aantal maal. En al die keren heb ik op mijn rug liggen wachten, tot mijn medeslaper sliep en ben toen in mijn vertrouwde slaapknoop gaan liggen, stiekem lachend om het feit dat mijn onwetende medeslaper nooit meer als dusdanig bestempeld zou gaan worden. Net goed.
De breedte van mijn eigen bed leent zich dus prima voor dit soort standjes. Op vakantie moet ik dat maar afwachten. Is het bed te zacht zodat mijn gezicht in het matras ondergedompeld wordt, waardoor ik geen adem meer kan krijgen? Is het zo hard dat ik 's ochtends wakker wordt met pijn in mijn ribben? Is het wel breed genoeg, lang genoeg? Ruikt het lekker? En het is meer dan eens voorgekomen, dat wanneer het bed aan mijn voorwaarden voldeed, ik ’s nachts verkleumd wakker werd, omdat de bedmijten er met mijn dekbed vandoor waren gegaan. Ik ben vervelend, lastig en veeleisend, maar het gaat dan ook om niet zomaar iets.
Nouja, en zo kan het dus ook zomaar gebeuren, dat ik plots in een stapelbed van zeventig centimeter breed terecht kom, met het trapje naar boven op een erg ongemakkelijke plaats, ergens in een huisje in Overijssel, waar mijn tenen de ene muur raken en mijn hoofd de andere. Mijn knoop verandert dan ineens in een wel erg lenige positie en als ik dan mijn zoon boven mij hoor zeggen 'welteruften', ondertussen een wind mijn kant opsturend, is er nog maar één ding dat ik wens: Mijn eigen bed.
Abonneren op:
Posts (Atom)