Gaat Edith Schippers tóch naar het EK
Want er zijn 'democratische signalen'
Dus Mark en Alex óók bij de finale
De handel moet tenslotte door,daarna
Voor Timosjenko zorgt men wonderwel
Ze krijgt oranje tralies in haar cel.
Ondanks eerdere bezwaren gaan Nederlandse politici toch naar het EK.
De Kroonprins is aanwezig bij een eventuele finale.
vrijdag 8 juni 2012
woensdag 6 juni 2012
EK verduistering
De Euro valt, zegt elke analist
De werkeloosheid blijft voorlopig stijgen
Geen bank bij wie u hypotheek kunt krijgen
'T is pokkeweer, dus Venus ook gemist
Het enige dat ons nog interesseert
Raakt Robben vóór de toss al geblesseerd ?
De werkeloosheid blijft voorlopig stijgen
Geen bank bij wie u hypotheek kunt krijgen
'T is pokkeweer, dus Venus ook gemist
Het enige dat ons nog interesseert
Raakt Robben vóór de toss al geblesseerd ?
Afscheid
“Je gaat niet zwaaien hoor,” zegt de puber, terwijl hij zijn spullen in de wieltjeskoffer propt. “Dat is kapot kinderachtig.” Ik zwijg en slik iets in. Langzaam verdwijnt de prop via mijn slokdarm naar beneden. Hij heeft gelijk. Een brugklaskamp is wat anders dan een kampeerweek met de naschoolse opvang. Op het plein van de lagere school mag je nog zwaaien als moeder.
Uiterst traag kruipt de klok naar half negen. Tijd om te vertrekken. Ik pak de autosleutels, geen tas, geen sigaretten. Het is immers een kwestie van uitladen en weer doorrijden. Wanneer we de straat van de school inrijden, is deze gekleurd met vaders, moeders, pubers, tassen en vooral veel rolkoffers. Ik sluit de auto af, pak de rolkoffer uit de achterklep en verdwijn ongevraagd tussen de menigte op weg naar school. Puber zegt niets, blijkbaar is het goed.
Op het plein is er geen doorkomen aan. Verderop zie ik wat bekende moedergezichten uit basisschoolcarriere. Met onze hoofden onder paraplu’s gestoken kletsen we gezellig bij. Plots klinkt er een sirenegeluid. De burgklascoordinator verschijnt en drilt de klassen naar verzamelpunten. Ze doet het keurig, er is geen puber die het in zijn hoofd haalt om ergens anders te gaan staan danwel te blijven dreutelen. Opnieuw klinkt de megafoon en de klassen worden over de bussen verdeeld, die buiten het hek staan geparkeerd, in afwachting van hun kostbare lading.
Voorzichtig schuifel ik met de moedermassa mee, puber ben ik inmiddels al lang uit het oog verloren. Blijkbaar zit hij al in de bus. Samen met een collega-moeder sta ik achter de bus te wachten. Nu ik hier toch sta, kan ik net zo goed blijven wachten. Fijn dat ik geen tas heb meegenomen en dat mijn peuken nog thuis op tafel liggen. Dit is zo’n moment waarop mijn hoofd half aanwezig is bij de vertrekkende bus en de andere helft is op zoek naar een rookmoment.
Gelukkig steekt de collega-moeder naast mij een sigaret op en natuurlijk mag ik fijn meebietsen. Ontspannen kletsend en rokend wachten we af, tot de bus vertrekt. Dat ligt nog even aan het inladen van de bagage, welke niet allemaal van harte in de bus verdwijnt.
De megafoon klinkt voor de derde keer: ze gaan vertrekken. Keurig stipt op tijd, ik vind het een prestatie. Zes brugklassen van vijfentwintig kakelende pubers met honderden kilo’s aan bagage, die in amper een kwartier tijd allen in de bus zijn opgehokt. De bus start, het verkeerslicht springt op groen en de karavaan vertrekt.
Verbaasd kijk ik naar mijn arm, die schijnbaar vanzelf half opgestoken in de lucht verdwijnt. Vanachter het achterraam zwaait een hand vrolijk terug.
Uiterst traag kruipt de klok naar half negen. Tijd om te vertrekken. Ik pak de autosleutels, geen tas, geen sigaretten. Het is immers een kwestie van uitladen en weer doorrijden. Wanneer we de straat van de school inrijden, is deze gekleurd met vaders, moeders, pubers, tassen en vooral veel rolkoffers. Ik sluit de auto af, pak de rolkoffer uit de achterklep en verdwijn ongevraagd tussen de menigte op weg naar school. Puber zegt niets, blijkbaar is het goed.
Op het plein is er geen doorkomen aan. Verderop zie ik wat bekende moedergezichten uit basisschoolcarriere. Met onze hoofden onder paraplu’s gestoken kletsen we gezellig bij. Plots klinkt er een sirenegeluid. De burgklascoordinator verschijnt en drilt de klassen naar verzamelpunten. Ze doet het keurig, er is geen puber die het in zijn hoofd haalt om ergens anders te gaan staan danwel te blijven dreutelen. Opnieuw klinkt de megafoon en de klassen worden over de bussen verdeeld, die buiten het hek staan geparkeerd, in afwachting van hun kostbare lading.
Voorzichtig schuifel ik met de moedermassa mee, puber ben ik inmiddels al lang uit het oog verloren. Blijkbaar zit hij al in de bus. Samen met een collega-moeder sta ik achter de bus te wachten. Nu ik hier toch sta, kan ik net zo goed blijven wachten. Fijn dat ik geen tas heb meegenomen en dat mijn peuken nog thuis op tafel liggen. Dit is zo’n moment waarop mijn hoofd half aanwezig is bij de vertrekkende bus en de andere helft is op zoek naar een rookmoment.
Gelukkig steekt de collega-moeder naast mij een sigaret op en natuurlijk mag ik fijn meebietsen. Ontspannen kletsend en rokend wachten we af, tot de bus vertrekt. Dat ligt nog even aan het inladen van de bagage, welke niet allemaal van harte in de bus verdwijnt.
De megafoon klinkt voor de derde keer: ze gaan vertrekken. Keurig stipt op tijd, ik vind het een prestatie. Zes brugklassen van vijfentwintig kakelende pubers met honderden kilo’s aan bagage, die in amper een kwartier tijd allen in de bus zijn opgehokt. De bus start, het verkeerslicht springt op groen en de karavaan vertrekt.
Verbaasd kijk ik naar mijn arm, die schijnbaar vanzelf half opgestoken in de lucht verdwijnt. Vanachter het achterraam zwaait een hand vrolijk terug.
maandag 4 juni 2012
Volgende ergernis
Ik heb het meer dan een week gegeven, maar nu grijp ik in.
Het journaal nieuwe stijl. Het dynamische journaal, het journaal van de jongere doelgroep, het journaal van de dicht bij de mensentaal, het journaal van het aanraakscherm, het lopen-zitten- staan journaal.
Het is één grote ergernis terwijl we maandenlang met kleine lekjes lekker waren gemaakt voor wat komen ging.
Het zou de de totale make over worden Journaal goes 2012.
Het begint al met de tune. Ik weet niet of het een teken des tijds is, maar ik vind het muziekje een dipdeun. Ik word er telkens zo triest en neerslachtig van. Alsof de rampen onafwendbaar zijn en de crisis ons definitief bij de strot heeft. Dat komt doordat de laatste toon van wat je ook met de beste wil van de wereld geen melodie kunt noemen aan het slot naar beneden zakt, waarna er een heel miezerig gongetje klinkt.
Het is de tune van een 'laat alle hoop varen journaal.'
En dan de standjes van Astrid, Annechien ( met de stem die steenkool splijt), Sacha, Rick en Rob. De een zit, de ander loopt, de volgende staat. Dat moet omdat anders de jongeren wegzappen vanwege stilstaand beeld, Sáái..! Inzicht gebaseerd op uitgebreide doelgroepanalyse bron: Bureau Diederik Stapel. Maar lieverds, nieuws moet je niet op willen leuken, soms is het ingewikkeld, of dramatisch of praat iemand langer dan één soundbite, of in een rare taal en hoe flitsender gebracht hoe minder er wordt opgepikt. En alsjeblieft geen bruggetjes naar het weer, die arme steile Gerrit Hiemstra; ' Ik houd me maar even bij de bewolking van vandaag', kan er niets mee.
Is al eens onderzocht wat de gemiddelde kijker zich na pakweg een kwartier nog herinnert van de headlines?
En dan oud én nieuw vergelijken. En ook even controleren of Diederik wel écht langs de deuren is gegaan.
Ik gok er op dat de miljoenen voor de restyling weggegooid geld blijken te zijn. Je kijkt nou eenmaal of je kijkt niet, en waar hebben ze trouwens die gezellige Janet Schuurman gelaten, paste ze soms niet meer in die veel te nauwe jasjes met één knoop of bewoog ze niet soepel genoeg.
Dát zijn nog eens items, maar daar hoor je ze niet over bij dat Journaal.
Het journaal nieuwe stijl. Het dynamische journaal, het journaal van de jongere doelgroep, het journaal van de dicht bij de mensentaal, het journaal van het aanraakscherm, het lopen-zitten- staan journaal.
Het is één grote ergernis terwijl we maandenlang met kleine lekjes lekker waren gemaakt voor wat komen ging.
Het zou de de totale make over worden Journaal goes 2012.
Het begint al met de tune. Ik weet niet of het een teken des tijds is, maar ik vind het muziekje een dipdeun. Ik word er telkens zo triest en neerslachtig van. Alsof de rampen onafwendbaar zijn en de crisis ons definitief bij de strot heeft. Dat komt doordat de laatste toon van wat je ook met de beste wil van de wereld geen melodie kunt noemen aan het slot naar beneden zakt, waarna er een heel miezerig gongetje klinkt.
Het is de tune van een 'laat alle hoop varen journaal.'
En dan de standjes van Astrid, Annechien ( met de stem die steenkool splijt), Sacha, Rick en Rob. De een zit, de ander loopt, de volgende staat. Dat moet omdat anders de jongeren wegzappen vanwege stilstaand beeld, Sáái..! Inzicht gebaseerd op uitgebreide doelgroepanalyse bron: Bureau Diederik Stapel. Maar lieverds, nieuws moet je niet op willen leuken, soms is het ingewikkeld, of dramatisch of praat iemand langer dan één soundbite, of in een rare taal en hoe flitsender gebracht hoe minder er wordt opgepikt. En alsjeblieft geen bruggetjes naar het weer, die arme steile Gerrit Hiemstra; ' Ik houd me maar even bij de bewolking van vandaag', kan er niets mee.
Is al eens onderzocht wat de gemiddelde kijker zich na pakweg een kwartier nog herinnert van de headlines?
En dan oud én nieuw vergelijken. En ook even controleren of Diederik wel écht langs de deuren is gegaan.
Ik gok er op dat de miljoenen voor de restyling weggegooid geld blijken te zijn. Je kijkt nou eenmaal of je kijkt niet, en waar hebben ze trouwens die gezellige Janet Schuurman gelaten, paste ze soms niet meer in die veel te nauwe jasjes met één knoop of bewoog ze niet soepel genoeg.
Dát zijn nog eens items, maar daar hoor je ze niet over bij dat Journaal.
zondag 3 juni 2012
James Dean
Ik doe het anders nooit, écht niet.
Spelletjes op de weg ik heb er een enorme hekel aan en na dit stukje is mevrouw Pasquali ook nog niet met me klaar, vrees ik.
Maar sometimes a man 's godda do .. en nog wat.
Ik doe het dus anders echt nooit. Asociaal vind ik het. Ik word bloedlink als ik rechts word ingehaald door zo'n mager ettertje met een achterstevoren petje in een zelf gespoten zwart Golfje uit de vorige eeuw. Maar erachteraan of knipperen, nooit. Bumperklevers, voordringers ze doen maar ik blijf kalm en onthecht. Zen.
Maar nu sta ik dus voor dat stoplicht, provinciale weg, max 80, links voorgesorteerd, komt er een patser in een BMW naast me staan.
Type vertegenwoordiger in iets heel saais, achterbak vol oranje Wippies of andere overbodige rommel, elke dag van hot naar her op provisiebasis, nare aftershave, verkeerd overhemd met van die blauwe strepen en armpje nonchalant uit het raam.
En maar gassen voor rood en je niet aankijken.
En écht, ik doe het anders nooit, maar een onbekende stoot adrenaline giert door mijn aderen, ik krijg beelden uit ' Rebel without a cause' en de geest van James Dean neemt bezit van me.
’Zo makker, je hebt zeker niet gezien wat je naast je hebt staan.
Natuurlijk 13 jaar oud, maar wel een Volvo V70, All Wheel Drive en je hebt die R achterop ook gemist.
Die staat voor RACE mannetje, 245 pk, topsnelheid 250, turbo boost 0 tot 100 in 6.9 seconden.
Nooit zelf uitgeprobeerd, want indertijd alleen gevallen voor de kleur en geen flauwe notie van zaken als carterringen of bougies, waar ik in de garage altijd abusievelijk bijous tegen zeg.
Dat heeft me onder de mecaniciens een vermakelijke bijnaam opgeleverd, in zoverre dat zij erom moeten lachen. Maar dit terzijde.
Mijn zoon die na ettelijke cursussen op het circuit van Zandvoort gecertificeerd slipper is, liet de auto spinnen toen we hem net hadden gekocht. Witte rook sloeg van de achterbanden, we werden gelanceerd en ik kroop naast hem in de riemen van bangigheid; Niet zo hard jongen, niet zo hard!’
Maar nu ga ik ondanks mezelf verzitten, hand aan de versnellingspook,voet op het gaspedaal, koppeling in, blik op de weg. Ik heb sinds een week zo'n modern baardje, wellicht zit het hem daarin.
Groen!
Brullend van onderdrukte agressie ontladen alle verborgen pk's zich in een pandemische start, ik word letterlijk in de stoel gedrukt, zie de BMW nog een moment naast me en wijk even later uit naar de rechterrijbaan. Gas los, zweten, spiegel, 50 meter achter me , minstens..
YES!
Een paar stoplichten verder duikt hij ineens weer op, dit keer op de linkerrijbaan. Uit mijn ooghoek zie ik hem kijken. Hij vliégt weg, ik trek rustig op. James Dean zong ook geen twee liedjes voor 1 cent.
Spelletjes op de weg ik heb er een enorme hekel aan en na dit stukje is mevrouw Pasquali ook nog niet met me klaar, vrees ik.
Maar sometimes a man 's godda do .. en nog wat.
Ik doe het dus anders echt nooit. Asociaal vind ik het. Ik word bloedlink als ik rechts word ingehaald door zo'n mager ettertje met een achterstevoren petje in een zelf gespoten zwart Golfje uit de vorige eeuw. Maar erachteraan of knipperen, nooit. Bumperklevers, voordringers ze doen maar ik blijf kalm en onthecht. Zen.
Maar nu sta ik dus voor dat stoplicht, provinciale weg, max 80, links voorgesorteerd, komt er een patser in een BMW naast me staan.
Type vertegenwoordiger in iets heel saais, achterbak vol oranje Wippies of andere overbodige rommel, elke dag van hot naar her op provisiebasis, nare aftershave, verkeerd overhemd met van die blauwe strepen en armpje nonchalant uit het raam.
En maar gassen voor rood en je niet aankijken.
En écht, ik doe het anders nooit, maar een onbekende stoot adrenaline giert door mijn aderen, ik krijg beelden uit ' Rebel without a cause' en de geest van James Dean neemt bezit van me.
’Zo makker, je hebt zeker niet gezien wat je naast je hebt staan.
Natuurlijk 13 jaar oud, maar wel een Volvo V70, All Wheel Drive en je hebt die R achterop ook gemist.
Die staat voor RACE mannetje, 245 pk, topsnelheid 250, turbo boost 0 tot 100 in 6.9 seconden.
Nooit zelf uitgeprobeerd, want indertijd alleen gevallen voor de kleur en geen flauwe notie van zaken als carterringen of bougies, waar ik in de garage altijd abusievelijk bijous tegen zeg.
Dat heeft me onder de mecaniciens een vermakelijke bijnaam opgeleverd, in zoverre dat zij erom moeten lachen. Maar dit terzijde.
Mijn zoon die na ettelijke cursussen op het circuit van Zandvoort gecertificeerd slipper is, liet de auto spinnen toen we hem net hadden gekocht. Witte rook sloeg van de achterbanden, we werden gelanceerd en ik kroop naast hem in de riemen van bangigheid; Niet zo hard jongen, niet zo hard!’
Maar nu ga ik ondanks mezelf verzitten, hand aan de versnellingspook,voet op het gaspedaal, koppeling in, blik op de weg. Ik heb sinds een week zo'n modern baardje, wellicht zit het hem daarin.
Groen!
Brullend van onderdrukte agressie ontladen alle verborgen pk's zich in een pandemische start, ik word letterlijk in de stoel gedrukt, zie de BMW nog een moment naast me en wijk even later uit naar de rechterrijbaan. Gas los, zweten, spiegel, 50 meter achter me , minstens..
YES!
Een paar stoplichten verder duikt hij ineens weer op, dit keer op de linkerrijbaan. Uit mijn ooghoek zie ik hem kijken. Hij vliégt weg, ik trek rustig op. James Dean zong ook geen twee liedjes voor 1 cent.
Stilstand
Zou ik het niet willen noemen
als je al maanden geen fatsoenlijke
regel geschreven hebt.
Achteruitgang kan het ook niet zijn
gezien je veroudering in de spiegel.
Het geloof in een wereld die draait
op zijn plek in een stelsel dat raast
door de kosmos is je enig houvast.
Luister goed en verneem het geluid.
Zo zijn er ook gedichten overal
om je heen die sneller dan het licht
op je afstormen je weet alleen nooit
wanneer er één inslaat.
als je al maanden geen fatsoenlijke
regel geschreven hebt.
Achteruitgang kan het ook niet zijn
gezien je veroudering in de spiegel.
Het geloof in een wereld die draait
op zijn plek in een stelsel dat raast
door de kosmos is je enig houvast.
Luister goed en verneem het geluid.
Zo zijn er ook gedichten overal
om je heen die sneller dan het licht
op je afstormen je weet alleen nooit
wanneer er één inslaat.
vrijdag 1 juni 2012
Botsing
De Melkweg gaat met Andromeda botsen
En maakt u zich nou maar niet ongerust
De mensheid heeft sinds haar ontstaan geklust
Vanaf de eerste pijlpunt en de knotsen
We hebben over zoveel miljard jaar
Allang een planetaire airbag klaar.
Astronomen hebben ontdekt dat de Andromedanevel over 4 miljard jaar
in botsing komt met ons melkwegstelsel.
En maakt u zich nou maar niet ongerust
De mensheid heeft sinds haar ontstaan geklust
Vanaf de eerste pijlpunt en de knotsen
We hebben over zoveel miljard jaar
Allang een planetaire airbag klaar.
Astronomen hebben ontdekt dat de Andromedanevel over 4 miljard jaar
in botsing komt met ons melkwegstelsel.
Abonneren op:
Posts (Atom)