maandag 30 januari 2012

Vet

Wanneer het ook maar even heeft gevroren
Wil ik ze zien, de mannen in hun jekker
Die met een meetlat en een Black en Dekker
Wat gaten in zo'n slootje staan te boren

Dus Friezen, ook al vriest het nog maar net
Haal vast eens zo'n Rayonhoofd uit het vet!

zaterdag 28 januari 2012

Campinggasje

Het blijft hoe dan ook telkens wanneer we onze spullen ergens in den verre uitpakken, weer een feest. En wanneer we het eindelijk kunnen gebruiken, een terugkerende bron van ergernis. Een blauw bolletje op pootjes. Daarop moet een schaaltje. Als garnering nog een ringetje en een bakplaatje. “Vanavond barbekjoe!” roep ik enthousiast. Lief kijkt minder blij.

Eerst naar de winkel, een kleine vijf kilometer verderop. Nou ja verderop, eerst de berg zien af te komen met twee volwassenen, een kind en twee uitgelaten hondjes die volop aan de riem trekken. Dat is lastig. De berg zelf is niet zo erg, de bekleding van steentjes, gruis en modder is dat wel. Dat krijg je na een lange zomerse bui. Uren later keren we ter tent terug. Eerst nog maar eens naar beneden, naar het zwembad. Na een frisse duik in het zwembad treffen we de noodzakelijke voorbereidingen.

Ik snijd de uien, de paprika en de champignons, die zometeen ook gebarbekjoet worden. Lief houdt zich bezig met het vlees. Zes minuten nadat het eerste stukje vlees met mijn gekleurde alternatieve groentespiesjes op het campinggasje liggen, gebeurt het. Het tafereel, inclusief het gasje, flikkert om. Angstig trappen we het vuurtje uit, wat om de barbekjoe en richting tent ontstaat. Het vlees ligt zielig in het gras; de groentespiesjes liggen er treurig omheen gedrapeerd.

Een half uur later -ons veldje is weer keurig- vertrekken we opnieuw naar beneden voor een écht vakantiemaal. Friet mét. Niet gezond; wél veilig. En stressvrij.

vrijdag 27 januari 2012

Innerlijke vriend

Vroeger, als kind, had ik een binnenvriend. Ten minste, dat is de beste omschrijving voor nu, nu ik er als volwassene op terugkijk.

Mijn innerlijke vriend was altijd bij me, waarschuwde me voor mensen die ik moest mijden en voor mensen waar ik wel een gesprek mee kon aanknopen. Mijn innerlijke vriend vertelde me, wanneer ik het beste door de achterdeur naar binnen kon en wanneer het tijd werd, via de trap naar boven te vertrekken, wanneer de sfeer om te snijden was.

Mijn innerlijke vriend gaf me een duw in de rug in de richting van mijn vriendje. Het was een goede jongen, ik moest er maar voor gaan. Hij had gelijk, dat was en is nog zo.

Ergens in mijn twintig jaren ben ik die innerlijke vriend uit het oog verloren. Er was teveel te doen. Een nieuwe baan, een school. Ik kocht het ouderlijk huis, dat (voor de eerste keer) werd verbouwd. Tussendoor werd er ook nog getrouwd. Er was veel te beleven en innerlijke signalen van onrust nam ik niet serieus. Ik werd een illegale kopie van mezelf en dreef steeds verder bij mijn innerlijke vriend vandaan en dwaalde op een doodlopend spoor.

Tien jaar na het overlijden van mijn vader kwam ik mijn innerlijke vriend tegen op het kerkhof. Voor het eerst bezocht ik mijn vaders graf. Tot die tijd had ik er niets mee gehad, een graf met een steen en een naam erop. Mijn vader was ergens anders, zo vond ik. Een depressie stuurde me in de richting van het kerkhof, maakte een bezoek mogelijk. Het weerzien met mijn innerlijke vriend was hartelijk, er waren geen verwijten over gemis en wat had kunnen zijn. Hij nam me mee terug naar het verleden en toonde me in flashbacks de verschillende keuzemomenten die tot een zijspoor van mijn werkelijke levenspad hadden geleid.

Ik bleef mijn innerlijke vriend een tijdje trouw, het ging eventjes goed, totdat er nieuwe zaken en ontwikkelingen van buitenaf op mijn pad kwamen. Ik volgde een intensieve opleiding en de resultaten werden niet altijd gewaardeerd, hoewel je achteraf van een briljante studie kunt spreken. Opnieuw werd ik een andere versie van mezelf, niet meer te herkennen. Een chagrijnig mens, eeuwig moe, geen rust en ruimte tot ontspanning. Het ging mis en ik raakte burn-out, tien jaar later na mijn ontmoeting op het kerkhof.

Opnieuw kwam hij terug, mijn innerlijke vriend. De begroeting was warm en hartelijk. Geen flashbacks dit keer. Hij vertelde me dat ik blijkbaar de persoon was die eerst moest besluiten om te leren dat zo’n besluit achteraf toch niet bij me paste. Hij leerde mij dat fouten maken menselijk is, en dat er zonder fouten niet kan worden geleerd, gelééfd. Hij gaf me mijn intuitie terug, die hij veilig had bewaard. De intuitie kwam samen met een innerlijke antenne. Nou ja antenne, een hoogspanningsmast is er niets bij.

Het wil niet altijd wennen, die hooggevoeligheid en die antenne voor andermans emoties, spanningsvelden en sferen die ik -ongewild- opvang. Soms probeer ik dat apparaat in mijn achterhoofd te negeren en dan hoor ik mijn innerlijke vriend schateren. Hij weet wel beter.

Afdrijven zal ik nog gerust en dat geeft niet; mijn innerlijke vriend is bij me, ziet mij. Ook al zie ik hèm niet altijd op tijd.

Gedichtendag

Het was dus gisteren Gedichtendag
Als versjesschrijver had ik moeten weten
Dat ik juist deze dag niet mocht vergeten
Maar doet u nu luidruchtig uw beklag

Bedenk dan, al verzaakte ik mijn plichten
Dat elke dag een dag is om te dichten.

Sorry

Per ongeluk een stukje van Odette verwijderd in een poging een gedichtje op een behoorlijke manier in het blog te plaatsen. Ik kan er niets mee, met deze nieuwe versie. Waarom moet alles altijd anders en nieuw? Met de vorige editor kon ik lezen en schrijven, nu mislukt - vanuit de ipad- voortdurend alles. Nou ja..Laat maar even.. Pasquali

woensdag 25 januari 2012

Ierland (2): Frank en Vrij


Ierland is een fantastisch fietsland. De eerste dagen na het verlaten van vliegveld Shannon lijkt het landschap veel op Texel. Niet spectaculair, wel mooi en rustig. Naarmate we verder naar het westen en noorden rijden wordt het ruiger en stiller.

We zijn al gewend aan het klimaat. Tussen de vijftien en twintig graden is normaal in de zomer en het regent veel. Geen wonder dat het land prachtig groen is, in duizend schakeringen. Trokken we in het begin bij iedere dreiging onze regenpakken nog aan, nu stoppen we even. We zoeken de beschutting bij een bosje of een muurtje langs de weg en laten de bui voorbijgaan. Meestal is het na tien minuten weer droog. Of we fietsen gewoon door en nemen het nat worden op de koop toe. Onze kleding droogt snel.

Een aantal keren zijn we onderweg geconfronteerd met blaffende honden bij boerderijen. Gelukkig blijft het bij blaffen. Ze zijn goed opgevoed en komen het erf niet af, ook al zijn er geen hekken. Johanna houdt er niet van. Ik zeg dat ze beter voorop kan gaan fietsen, omdat honden, als ze dan toch achter je aan komen altijd de achterste pakken.

De volgende boerderij lijken we zonder blaffen voorbij te komen, totdat uit het niets twee joekels van honden aanslaan. We schrikken ons wezenloos, vooral omdat we de beesten niet hadden gezien. We fietsen snel door, niets aan de hand. We zijn nauwelijks van de schrik bekomen als een klein, wit keffertje met een grote sprong over het muurtje achter ons aankomt. We zetten het op een fietsen, maar we raken het beest niet kwijt omdat we heuvelop moeten. Kilometerslang blaft het mormel achter ons aan, ondertussen happend naar mijn trappers en mijn kuiten. Nog even volhouden. We zijn bijna boven en als we dan heuvelaf kunnen, dan zal het hondje ons niet meer bij kunnen houden, hopen we.

Het kan niet waar zijn. In de verte, op de top, staan drie honden midden op de weg. Drie verschillende rassen en afmetingen. Ze staan ons op te wachten. Wat moeten we nu? We moeten doorfietsen, teruggaan is geen optie. De beesten gewoon negeren en hopen op hun medelijden. Het tafereel is een scène uit een bekende Disneyfilm. We zijn de honden tot op twintig meter genaderd. We zetten ons schrap voor de aanval met bloedige afloop.

Met dichtgeknepen ogen fietsen we snel door. En dan gebeurt het onvermijdelijke. We horen de drie honden op ons afkomen, luid blaffend. Maar het geluid neemt in volume af en wij leven nog. We openen voorzichtig de ogen. We kijken achterom en zien en horen de drie honden het witte keffertje opjagen tot aan de boerderij waar het vandaan kwam.

Met knikkende knieën vervolgen we onze weg. We danken de grijze hemel. Engelen komen in verschillende gedaanten.


maandag 23 januari 2012

Dorstige koe

Bron 

Een dorstige koe in de ijstijd 
Dacht eventjes: “Wat is nou wijsheid?” 
Toen nam ze een lik 
Het toestel zei “klik” 
Zo werd ze een echte beroemdheid.