woensdag 12 maart 2014

Vak sla



Zwetend sta ik voor de koelvakken met gesneden groenten en dergelijke van de Zaanse grootgrutterij.  In mijn hoofd ontstaat kortsluiting en lichte paniek want ik kan de goede sla niet vinden. De ogen lezen niet. Drentelend blijven wij steken, mijn hand en ik. De blik vertroebeld. Maandag sla-dag. Bij mams.

Wat? Welke? Waar? Hollandse of Italiaanse?  Met of zonder saus? Geen of veel kaas? Vanuit het niets en alles tegelijk beweegt mijn hand zich plots mechanisch naar links en een plank in het koelvak lager. Richting Italiaanse.

“Dank je, mam,” mompel ik.

dinsdag 18 februari 2014

Tweedehandsdingen



Donderdagmorgen. Op mijn gemak tuf ik naar een collega. Op de achterbank van mijn auto staat een doos met glaswerk welke ik niet meer gebruik en doorschuif naar de desbetreffende collega.  Natuurlijk rijd ik verkeerd en met een bezweet hoofd tuf ik door de smalle straatjes van het dorp, waar ze woont. Even later verlaat ik de dorpskern en slinger ik een landweggetje op, richting de woonboot van collega. 

Wat bochten verder parkeer ik mijn automobieltje voor de deur en bepakt met de doos glaswerk stap ik naar binnen. Mijn halvehuis-syndroom wordt op slag wakker. Wat een heerlijke woonruimte is dit. Een lieflijke huiskamer van nog geen vijfendertig vierkante meter, waarin keuken, zithoek en ingebouwde kasten. Een houtkachel, die vriendelijk snort. Het schattige huisje van mijn collega ademt zoveel sfeer in, dat het –hoewel dat gek klinkt- voelt als een klein beetje thuiskomen.  “Net zoals bij mij, vroeger,” galmt het door mijn hoofd.

Een complete alles-in-een. Mijn hart zingt en huilt tegelijk.In een vorig leven, in het plakhuis zonder betonvloer, hield ik van groen. Vooral van zeegroen en olijfgroen. Ik slik een brok verdriet door. Dat grote huis van mij, hoewel liefdevol gevuld met oude meuk, wil nog steeds geen poppenhuisje worden. Het voelt alsof ik vijftig kilo ben afgevallen en nog niet toe ben gekomen aan de aanschaf van een nieuwe jas. Te groot, te lomp, te veel.  

Gezellig drinken we koffie en kletsen over de gewone dingen, die het leven zo bijzonder maken. Een uurtje later vertrek ik op huis aan, nadat mijn collega heeft uitgelegd hoe ik met een verkorte route ongeschonden het dorp uitkom. Uiteraard mis ik de afslag en kom ik wederom  uit op het piepkleine dorpsplein en met het zweet op de bovenlip trotseer ik de kleine bruggetjes, waar telkens slechts één auto tegelijk op kan rijden.

Wanneer ik na wat bochten en omkeerpogingen het dorp verlaat, zie ik aan de overkant van de vaart plots een enorme loods met “Kringloop”erop. Ik besluit bij de volgende stoplichten rechtsomkeert te maken, om zo via de ventweg,  de kringloop te kunnen bereiken. Wanneer ik de deur van de kringloods opendoe, stap ik een vertrouwde wereld binnen. Het antiek glimt me tegemoet.  Vanuit mijn gejaagde hart vliegen vlinders  uit mijn borst, ontspannen een route kiezend richting antieke houten kastjes, stoeltjes, theelichten en schilderijen. Met de geur van oma's huis in mijn neus glunder ik door de loods. 

Eventjes, voor een middagje, ben ik écht thuis.    

donderdag 6 februari 2014

Dromenvanger (schrijfveer)



Wanneer je 
dromen
zou kunnen
vangen,
waren wij
dan altijd
vrij?

(c) Detteke

dinsdag 4 februari 2014

Een afgrond, dieper dan de zee



Voorzichtig hangt mijn voet boven de drempel. De deurklink draait zachtjes in mijn hand.

Precies een jaar geleden pakte ik mijn persoonlijke spulletjes op het werk in, om huiswaarts te keren en voorlopig niet meer  terug te komen. Er ging geen ontslag aan vooraf; het zorgverlof ging in. Tussen de toegangsdeur en de fietsenstalling gaapte een akelig zwarte lijn me tegemoet. Wegfietsen betekende toegeven aan het feit, dat ik binnen afzienbare tijd zou verwezen.  

Niet dat er een andere mogelijkheid was. Een slokdarm met daarin een carcinoom gaat op een gegeven moment afsluiten. Met andere woorden: er kan niets meer passeren. Niks meer erin en niks meer eruit. Behalve kolossale hoeveelheden slijm. De morfine had zijn intrede gedaan, samen met de hallucinaties en de wanen. Ja, er was zicht op. Dat ene. Dat onuitspreekbare, onmenselijke stukje van een traject waaraan helaas wel een begin zit maar waarvan je de finale niet wilt meemaken en ongevraagd cadeau krijgt.

De fietstocht vanuit het ziekenhuis terug naar huis werd een marathon. De tocht duurde eindeloos.  Niet zozeer qua tijd, ook qua ruimte. Gevoelsmatig stapte ik over op een andere planeet en nam afscheid van een wereld, welke tot dan toe nog redelijk normaal geweest was. Eenmaal op de fiets gezeten drong het plots tot me door, dat niet alleen de tocht naar huis een moeilijk en zwaar pad zou worden. Ook wist ik, dat ik veel alleen zou zijn, al had ik mams nog naast me.  Geen moment heb ik daarover gepiekerd. Liever alleen mèt, dan samen zonder.

Thuisgekomen plaatste ik mijn fiets tegen de gevel van het huis. Een snelle sigaret, nee twee. Een diepe zucht en dan op, naar binnen. In de wetenschap, dat niets ooit meer hetzelfde zou worden, zou voelen of zou zijn. Nooit meer zorgeloos zijn. Niet meer werken, geen alledaagse contacten meer met mijn collega’s.  De absolute zekerheid hebbende, dat wanneer ik de fiets ooit weer zou pakken om naar het werk te vertrekken, mijn oude wereld niet meer bestond, alles anders zou zijn.

Voorzichtig hangt mijn voet boven de drempel. Het voelt, als een enorme afgrond.

woensdag 22 januari 2014

Kwakkelen

Het is een lusteloze winter, ze trakteert ons elke dag op hetzelfde miezerige gezicht en sjokt mismoedig richting lente. Want hoe de weerprofeten ook hun best doen om met valse illusies de indruk te wekken dat het allemaal nog kan; sneeuwduinen, krakend ijs, Russische beren, snakkend naar koppen als‚ 'Schaatsen uit het vet’ en 'Rayonhoofden onrustig’, zij weet wel beter, tilt haar rokken op en laat nog maar eens een zacht zuidenwindje op ons los.

Zelfs de koolmeesjes die zich normaal fanatiek verdringen voor het mandje met vetbollen en in ijltempo driftig de netjes leegtikken hebben hun snelheid laten zakken. En waar ze  onophoudelijk luid snaterend in oorlog waren om het beste plekje, gunnen ze elkaar nu alle ruimte om rustig de smakelijkste hapjes uit de ruif te kiezen. Er is in de tuinen in de omgeving zoveel voer aanwezig dat sommige vogels luid boerend onze stede voorbijgaan. Een enkeling valt volgevreten als een pluizig bolletje uit de lucht en ligt amechtig tussen de struiken uit te buiken.

Vroeger als je op een kraakheldere winterochtend met je vriendjes aan de leuning van de brug likte moest de brandweer er aan te pas komen om jullie los te bikken, stonden de ijsbloemen vingerdik op het slaapkamerraam, kraakte je wollen deken s'ochtends van de aangevroren rijp, paste je rietje maar net tussen de ijsblokjes in het flesje schoolmelk en kon je op de schaats naar Engeland of verder. 

De eerste ijsmeester heeft zich onlangs na de zoveelste zwoele nacht, vergezeld van zijn Black en Decker, verdronken in de Groote Vaart bij Wytzelawier. Koek en Zopie venters laten zich massaal omscholen tot strandwacht, baanvegers verliezen bij honderden hun baan en Piet Paulusma wordt na zijn voorspelling, waarin hij repte van een horrorwinter, dag en nacht beveiligd.  
Wetenschappers voorspellen een nieuwe ijstijd, vanwege het Maunderminimum; het langdurig ontbreken van zonnevlekken. Intussen verdwijnt deze winter als een oude figurante tussen de coulissen, terwijl kleine vlokjes motsneeuw als roos van haar schouders dwarrelen.

maandag 20 januari 2014

Blue






Het nieuwe jaar begon nog wel zo goed
Met feestgedruis, champagne, mooie plannen
Om iedere verslaving uit te bannen
Uw allerbeste beentje,frisse moed:

Geen koolhydraten, zuivel en geen zoet
En dat u voortaan lief en aardig doet
Eens omkijkt naar uw eigen vlees en bloed
En dat u zich behoorlijk voorbehoedt
Weer vaker met de trein gaat of te voet
En dat ook eens een ander barbecuet
En dat u voor collectes opendoet
En zuinig omgaat met uw goeie goed
Eens alles aanhoudt bij een fotoshoot
En als uw vrouw zich naar haar minnaar spoedt
Gewoon blijft doen alsof u niets vermoedt
En dat u nooit meer zegt; 'So far, so good'

U neemt zich elke keer van alles voor
En dan wordt het Blue Monday; Streep erdoor!

Het is vandaag weer Blue Monday, de depressiefste dag van het jaar.
Donker, koud, nog geen salaris en de meeste goede voornemens zijn inmiddels in rook opgegaan.

zaterdag 4 januari 2014

Levenslang


‘Kijk, als jij mij nou zou vragen wat heb je aan je leven gehad dan zeg ik; helemaal niks.’
De man op de kruk naast me kijkt me aan met een blik waarin de vijandige reserve, die hij tot nu toe manmoedig overeind gehouden heeft, door gestage inname is weggesijpeld en veranderd in een bijna tedere overgave aan zijn herinneringen.
‘Ik was natuurlijk een rotjoch, altijd ellende opzoeken, thuis altijd slaag,maar als je een kind klein houdt dan krijg je dat.’
De huid van zijn magere groezelige gezicht is ineen geschrompeld tot een verzameling evenwijdige verticale groeven die hem de aanblik geven van een versleten mijnwerker uit een oude aflevering van het Polygoon Journaal.
Ik ken hem van toevallige ontmoetingen in de buurtsuper waar hij voornamelijk komt om lege kratten eigen merk voor volle om te ruilen, waarna hij ze voor op zijn scootmobiel behoedzaam naar huis begeleidt.
‘Het ergst is het rond deze tijd van het jaar, toen het gebeurde.’
Hij streelt zijn glas en draait er rondjes mee over het bierviltje met de diepe concentratie van een violist die aanstalten maakt zijn strijkstok op de snaren te zetten. Ik zwijg, want men moet geduldig wachten tot de verhalen zelf besloten hebben dat het hun tijd is.
Dan keert hij terug en buigt zich naar me toe.
‘Twaalf was ik, toen mijn vader dood ging. Ma uit werken en mijn oudste zus was een kreng, die heb ik in het schuurtje nog eens met een hamer op haar kop geslagen. Zo gek kon ze me maken.
ADHD zeiden ze vorig jaar bij de RIAGG, maar ja als ze daar op je 66 ste pas achter komen. De pillen heb ik meteen weggeflikkerd en die gesprekken. Gaat zo’n meisje van een jaar of 25 mij vertellen…’
Hij maakt een wegwerpgebaar.
‘Het gaat toch niet over. Twee jaar heb ik gezeten, maar ik heb levenslang. 29 was ik, een vlaag van verstandsverbijstering zei de rechter. Haar ex vertelde me later nog eens dat hij blij was dat ik het gedaan had want dat het hem ook had kunnen gebeuren.
Alleen als ik drink voel ik niks maar dan krijg ik het s’ochtends dubbel voor mijn kiezen. Vergeving? Ja, vaak om gevraagd, maar het blijft stil boven.’
Dan pakt hij zijn zware shag, glijdt van de kruk en slentert met kleine stapjes zo rechtop mogelijk naar de rookruimte.