woensdag 6 juli 2011

Berichten uit de zomerresidentie 4.


Raban.

E. kom ik tegen in de winkel van waaruit ik onze zomerresidentie van voorraden voorzie.
Hij is een fan van de dagversjes die ik onder pseudoniem op het prikbord bij de receptie zet. Tussen de voortenten, gratis af te halen tuintafels en een ‘keurige’ magnetron voor 15 Euro, frummel ik mijn handgeschreven 6 regelig commentaar op van alles en nog wat.  Vorig jaar werd steevast elk versje dat zich uitliet tegen Geert W. door onverlaten van het zachtboard gescheurd. We spraken er samen schande van, maar hij spoorde mij aan ontmoediging geen kans te geven. Een fan dus, dat alleen al zou hem voor me moeten in nemen. 
Maar er is meer.
E. is po√ęzie liefhebber, zo heeft hij Cees Buddingh nog ontmoet in zijn studententijd. Tijdens en na literaire avonden.
Nog voordat W.F.Hermans in een felle polemiek een poging deed zijn werk en persoon te verpulveren.
Markante stem, vrolijk dichter en beminnelijk mens , die volle zalen trok, vertelt hij. Tussen de schuifelende klanten in de volle winkel zet E vervolgens luidkeels in en ik volg:

Ik ben de blauwbilgorgel,

Mijn vader was een porgel,

Mijn moeder was een porulan,

Daar komen vreemde kind'ren van.

Het 
Raban! Raban! Raban!, waarmee we besluiten, doet 
de flessen in het wijnschap rinkelen. Eeuwige vriendschap is geboren.


2 opmerkingen:

Marja zei

Dolle pret daar.

Heldinne zei

hihi, wat een leuke manier om publiek te zoeken. En Buddingh? Ik houd het meest van dat sandwichspreaddekseltje dat ook op de marmitepot past (of pindakaas resp. sambal, daar wil ik afwezen).