dinsdag 14 mei 2013

Een missertje


Op het kille terrasje voor de dorpssuper,waar met het oog op de crisis voor een schappelijke prijs ook koffie met gebak geserveerd wordt, zit een bleek echtpaar elk aan een kant van een formica tafeltje.
Ter bevordering van de buurtcohesie is er op het blad een schaakbord
afgebeeld, waarvoor je de stukken tegen borg bij de kassa af kan halen.
Tussen hen in staat een wagentje met daarin een net zo pipsig jongetje van een jaar of drie. Vader en moeder, de houdbaarheidsdatum voor jonge ouders ruim overschreden, happen vreugdeloos in een witte Magnum.
De vrouw houdt het stokje beschouwend omhoog, alsof ze zich afvraagt of ze zich met dit weer niet verkeken heeft op zo'n grote koude hap.
Er hangt een raadselachtige verstilling om het tafereel die kan wijzen
op intense saamhorigheid waarin het uitwisselen van trivialiteiten niet meer van elkaar verlangd wordt. Ook kan het de nawee zijn van een recente echtelijke onenigheid die met een versnapering moest worden afgekocht.
Goed geluimd als immer buiten de deur, zeg ik in het voorbijgaan;
' We houden de moed erin en doen gewoon alsof het lente is'.
Een opmerking in de categorie schalks, die gewoonlijk een aardige tegenreactie uitlokt waar ik weer mee vooruit kan.
De man kijkt mij aan met de vijandige blik waarmee hij een Jehova getuige van de vloer zou jagen. De vrouw draait haar hoofd naar me toe , trekt haar gezicht verontschuldigend in de 'versta ik niet stand' en haalt haar schouders op.
' Duitsers' , schiet door me heen.

Ik heb de keuze om beschaamd door te lopen of in mijn beste Duits mijn gezicht te redden. Maar dat beste Duits bestaat niet, gesmoord in de vele keren dat de kort aangeboren leraar me met een schril 'Raus!' tot de gang en lange strafmiddagen veroordeelde.
Wanhopig zoek in de schamele resten 'Wortschatz'  die ergens in een laatje liggen te vergaan. Dan komt er iets;
'Wir halten die Mut drinnen und tun gewohn alsob es Lente ist', het klinkt net zo armzalig als dat het is.
De man schudt mismoedig zijn hoofd, de vrouw geeft een kleine vergoelijkende glimlach ten beste, het kind begint te jengelen.
'Wiederschauen', zeg ik, maar is dat niet Oostenrijks.. 
'Houd toch eens één keer je waffel, aansteller!'

 

Geen opmerkingen: