vrijdag 19 november 2010

Botanische tuin

Met mijn lief trotseerde ik het duister
wij kenden geen angst, verlangden naar elkaar
na zonsondergang betraden wij de luister
hek en bord negerend van de donkere groene tuin.

Ik streelde haar vleeskleurige dopheide
‘’Muurbloem’’, fluisterde ik in haar oor
kneep zacht in haar ruige veldbies
kuste met mijn tongvaren
lang haar bloedooievaarsbek.

Zij zocht naar mijn stijve klaverzuring
en mijn stinkende balloten, kietelend aan
mijn bijvoet noemde ze mij haar vuurwerkplant.

Achter een kleine maagdenpalm vond ik
haar donkersporig viooltje met mijn knieën
in het knikkend nagelkruid
en haar hoofd in het reuzenzwenkgras
stak ik de hemelsleutel van mijn stijve
naaldvaren in de zwartblauwe rapunzel
van haar middelste teunisbloem
zonnehoed en karmozijnbes dansten voor mijn ogen
toen aan de guldenroede van mijn koningskaars
het zilverschoon ontvlood.

Hijgend en bezweet lagen wij in elkaars armen
kleefkruid, rillend van de nachtschade:
een kleine pimpernel en een slanke sleutelbloem.

2 opmerkingen:

De Trouwschrijvers zei

Mooi gevonden allemaal.

En wie zaait zal oogsten, nietwaar?

Ferrara

reflexxus zei

Welk een gebeurtenis en daarbij zoveel kennis der natuur: ...het determineren bij nacht! want de Teunisbloem opent haar kelk alleen in het nachtduister.