woensdag 30 maart 2011

Mijn huis (SV)

Het huis waar ik in woon, werd ruim dertig jaar geleden uit de broek van een arbeider geschud. Nauwelijks gescheiden van het moederlijf werd het blootgesteld aan oorlogsgeweld, en de daaraan verbonden ellende als dreigende verhongering en besmettelijke ziekten. Ja zelfs de vernedering, een lustoord voor luizen te zijn moest het ondergaan.

Ik kijk naar mijn haar terwijl mijn hand het glad strijkt. Lang stijl haar,op het voorhoofd in een ponny gedragen. De kleur vind ik niet mooi. Peper- en zout kan ik het nog noemen. Over een aantal jaren alleen nog zoutkleur. Jammer dat het niet rood is. Ik hou van rood haar. Ondanks dat mijn vader donker en mijn moeder blond was - een uitstekende combinatie om rode kinderen te verwekken - heeft niet één van de tien kinderen rood haar. Het enige rode haar dat ik in de familie ontdekt heb, zit onder de rechter oksel van
een oudere broer.

Luizen heb ik niet meer. Die zijn verdwenen sinds de dag dat, mijn moeder doodmoe van het pieten kammen, mij op driejarige leeftijd mee naar de kapper nam en mijn hoofd kaal liet scheren. Ik wist niet dat op hetzelfde moment tal van landgenoten om heel andere redenen hetzelfde lot ondergingen en stapte trots in het rond; was gelukkig in de wetenschap dat ik nu veel op mijn vader leek, die van nature met een dergelijk kapsel gezegend is. De vreugde duurde niet lang. Mijn haar groeide snel aan en daarmee verdween het enige uiterlijke kenmerk, dat ik met mijn vader gemeen heb gehad.

Ik lijk op mijn moeder. Een blanke huid, lichte ogen en de puisten en mee-eters die mijn huid verzieken. Nu nog ontdek ik puisten en mee-eters. Ik ben altijd bang geweest voor mee-eters. De naam alleen zegt al genoeg, mee-eters. Soms heb ik visioenen. Ik lig dood in een kist en alle mee-eters veranderen in levende wormen, die aan mij beginnen te knagen. Vermoedelijk is dit de reden dat ik steeds pogingen onderneem, mij te ontdoen van mijn ongevraagde gasten. Dit tot groot ongerief van mijn ouders, die mijn rood gevlekte gezicht maar matig kunnen waarderen. Temeer daar ik het niet bij mijn eigen mee-eters laat, maar ook de mee-eters van mijn broers te lijf ga, waardoor van tijd tot tijd een groot gedeelte van het gezin aan de builenpest schijnt te lijden. Of mijn broers met dezelfde angst besmet zijn weet ik niet, maar ze vinden het best als ik probeer hun mee- eters te verwijderen. Dikwijls vragen ze zelf of ik hun oren wil controleren omdat ze het niet prettig vinden tegelijkertijd met een vriendin en een mee-eter uit te gaan.
Eenmaal heb ik geweigerd en daar heb ik bittere spijt van. Een broer vertelde mij dat hij vermoedde dat er een mee-eter in zijn oor zat. 'Wil je er even naar kijken,'vroeg hij? Ik keek en daar zat een vette mee-eter met een dikke zwarte kop. Op hetzelfde moment drong een zweetlucht mijn neus binnen en mijn blik, verder glijdend, bleef rusten op zijn smoezelige handen en zwarte nagels. Ik weigerde, zei dat hij stonk en zich eerst maar eens behoorlijk moest wassen. Mistroostig bleef hij voor zich uit zitten staren. Een paar dagen later vertrok ik weer naar mijn kamer in Hilversum en was het voorval reeds vergeten totdat ik met spoed naar huis werd geroepen, omdat de desbetreffende broer bij een verkeersongeval betrokken was geweest. Er was niets meer aan te doen. Ik moest toezien hoe ze hem begroeven met die dikke, kwaadaardige mee-eter in zijn oor. Sindsdien heb ik niet meer geweigerd.

Met het verstrijken van de jaren voel ik me meer op mijn gemak in mijn het huis. Ondanks dat mijn spieren aan lenigheid flink hebben ingeboet, beweeg ik mij soepeler dan in mijn puberteitsjaren. De beginnende rimpel vorming deert mij niet. Ik zie dat het huis waarin ik woon begint te lijken op haar bewoonster.

Lang heb ik hier op moeten wachten. Jaren achtereen voelde ik geen band met het beeld dat vanuit de spiegel naar me keek. Die tijd lijkt nu voorbij. Iedere dag ga ik meer op mezelf lijken en voel de vriendschap tussen mij en het huis groeien. Deze vriendschap zal het mij straks mogelijk maken om voor het huis te zorgen als het door ouderdom of ziekte begint te vervallen. Het zal me helpen niet bitter te worden wanneer ik moet kijken naar de leeggelopen borsten en ingedeukte dijen. En als dan de dag aanbreekt dat ik het huis wegens onbewoonbaarheid moet verlaten, dan wil ik dat het terugkeert naar het dorp waar het geboren is.
Daar op het kleine kerkhof achter de kerk mag het stil wegrotten, één worden met de grond waarvan ik hou. Spoedig zal dan de tijd aanbreken, dat alleen nog de populieren rondom het kerkhof fluisteren: er was eens........


December 1972 schreef ik dit verhaal.

7 opmerkingen:

Heldinne zei

synchroniciteit, alweer. Bijzonder!

Sagita zei

Heldinne en ieder die er op wil reageren. Dit is een oud verhaal. Ik vraag me af of ik het (nog) op 'belichtingstijd' kan plaatsen. Wat kan ik ter verbetering er aan veranderen?


biltaxie

Sagita zei

Correctie de aanleiding dat ik dit verhaal weer opgedoken heb is de laatste autobiografie opdracht 'Het Huis' van Hella.

Heldinne zei

Het is niet helemaal duidelijk op welk moment het 'nu' van dit verhaal zich afspeelt, loopt een beetje door elkaar met de herinneringen. Enne (zvj) steil haar ...

Ferrara zei

Sagita, waarom tel je de jaren er niet bij op?
Dan kun je de regel van 1972 achterwege laten.

Adriaan Hendriks zei

Mooi, bijzonder dat je het zo lang bewaard hebt en nu (ons) kunt (laten) teruglezen.

Sagita zei

Dank voor jullie reacties en suggesties! @adriaan het is een opstel geschreven toen ik op de avondschool (VWO) zat. Ik kreeg er toen een dikke tien voor. Nu bijna veertig jaar later lees ik terug hoe ik als dertigjarige naar mijn lichaam keek. In hoeverre is de behoefte om mee-eters uit te drukken nog actueel! @ferrara je bedoelt hoe een bijna zeventigjarige haar ouder wordende lichaam beleeft en in die beleving terugkeert naar de de tijd dat ze dertig was en hoe ze het toen beleefde? Dan wordt het een vernieuwd verhaal. @heldinne dan wordt het nu , misschien ook duidelijker. Dus ik heb steil haar. Staat eigenlijk ook mooier!