zondag 16 september 2012

Droomwereld

Mijn zoon was één of twee of drie jaar oud. Later vier en vijf. Toch dacht ik dat hij altijd klein zou blijven. Ik bracht hem naar het peuterklasje van de Vrije School toen hij twee en een half was. Alles echt hout: de meubeltjes, de paddestoelen, het speelgoed en overal katoenen gordijntjes en wollen kabouters en andere dingen die je je peuter toewenst als je van mening bent dat felgekleurd plastic speelgoed met toeters en bellen hem eerder hindert dan helpt bij het verkennen van de wereld. Daar zat hij. Iedere ochtend kneedde hij zelf het deeg voor een warm broodje dat na het buiten spelen uit de oven kwam. Wouter Kabouter luidde de ochtend in en uit. Voor ieder pijntje was er een rozijntje. Als ik hem aan het eind van de ochtend ophaalde waren de andere ouders jaloers: mijn zoon was de enige die niet naar huis wilde en daar luid huilend misbaar over maakte.

Het peuterklasje was in dezelfde aangebouwde vleugel van het schoolgebouw als de kleuterklassen. Ooit zou hij doorschuiven naar het hoofdgebouw: de grote school. Ooit. Maar nu ging hij naar de kleuterklas. Eigenlijk dacht ik dat we nooit meer uit de peuter- en kleutervleugel weg zouden gaan en daar had ik volkomen vrede mee. Het was goed zoals het was. De wereld was een droom en waarom zou je een kind (of zijn ouder) daarbij storen. ’s Morgens leverde ik mijn zoon af bij de ingang van de klas en nam hij plaats in de kring. Als ik hem ophaalde, zat hij weer in de kring die met iedere in de deuropening verschijnende ouder verder uitdunde, rende naar mij toe als hij me zag en omhelsde me. Het leven was mooi, de wereld was goed.

Op een dag kwam het onvermijdelijke: hij moest naar de grote school. Ik schikte mij, ook al overviel het me. We verhuisden naar het hoofdgebouw met zijn eigen ingang waar iedere dag allemaal hele grote, drukke, wakkere en rumoerige kinderen elkaar verdrongen. Ieder jaar aan het eind van het schooljaar was er een avond waarop de ouders van alle kinderen in de klas met de leerkracht gezamenlijk het schooljaar afsloten, meestal buiten, in de tuin achter de school, tussen het weelderige groen in de schemer van een vroege zomeravond. En ieder jaar zat ik, in het halfdonker, zonder dat het verder iemand ooit opviel, mijzelf met tranen in de ogen af te vragen hoe het toch mogelijk was dat er alwéér een jaar voorbij was, dat mijn zoon en al die andere kinderen alwéér zoveel groter waren geworden en hoe en waar dat ooit moest eindigen.

Inmiddels is hij veertien, een hoofd groter dan ik, zit op de middelbare school en verbaas ik me nergens meer over. Nog een paar jaar, dan gaat hij het huis uit, hij kan bijna niet wachten. Maar als ik op straat een vader zie, geheel en al verdiept in één of twee kleine kinderen die hij bij zich heeft, dan denk ik bij mezelf: man, man, man, je moest eens weten.

8 opmerkingen:

Heldinne zei

oh yeah. Zo'n kind dat huilend in de auto zit bij 't idee dat ze ooit in een ander huis dan haar moeder moet gaan wonen, en 15 jaar later moederziel alleen naar Peru vertrekt. Het is maar goed dat je dat niet vantevoren weet.
Prachtig geschreven.

Marja zei

Prachtig, ontroerend en zo wáár.

reflexxus zei

zo herkenbaar!! en juist door t 1 ( het geheel en al kind hebben mogen zijn) kunnen ze de middelbareschoolleeftijd zo goed aan!

Anoniem zei

Prachtig Adriaan! En zo waar....
Toevallig bekeek ik deze week wat foto's van een peuterende puber (toen 3 jaar) met schep en emmer in de weer bij een heel groot leeg strand..
Time flies....when you're having fun ;-)

Gr Odette

trouwschrijvers zei

Zo onrechtvaardig snel als het gaat,mooi stuk Adriaan!

trouwschrijvers zei

p.

Ferrara zei

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar doe het toch. Ik zie het bij de kleinkinderen ook in razend tempo gaan. Zo liggen ze rozig in een hangmatje en zo loop jij enorme oorbellen te kopen voor een verjaardag. En leuk dat ze het hebben...

reflexxus zei

ben er nog even op eigen blog op in gegaan, met uw welnemen...