woensdag 9 januari 2013

Touw


Ik was zes. Alle jongens hadden een vlieger, zo één van houten latjes met vliegerpapier erover, ik niet. Op een avond beloofde mijn vader: ik ga samen met meneer B. voor jou een hele grote vlieger maken.  

En een grote vlieger werd het. Om precies te zijn: de grootste van de hele buurt. Mijn God, wat een ongelooflijk grote vlieger. Zo groot als ikzelf, ik zweer het. Niet te hanteren natuurlijk. Maar geen nood, daar hadden we meneer B. en mijn vader voor.

Op een avond werd het monster opgelaten. Ik stond erbij en keek ernaar. Ik stond en keek nog steeds toen de vlieger na enkele minuten naar beneden stortte. Het touw was gebroken. Grote consternatie. Mijn vader en meneer B. sprongen op hun fiets en doorkruisten de omgeving. Na lang zoeken werden de restanten aangetroffen. Onherstelbaar beschadigd. Het stoffelijk overschot kreeg ik niet meer te zien en de vlieger werd niet vervangen.

Niet lang daarna verongelukte meneer B. op zijn motorfiets, zijn vrouw met twee jonge kinderen achterlatend. De weduwe B. schafte al snel een Daf aan, een bezienswaardigheid in die tijd. Voortaan tufte zij ons iedere zondag in haar Daf voorbij als wij door weer en wind naar de kerk aan de andere kant van de stad fietsten en weer terug naar huis. Ik wist uit de verhalen van W.G. van der Hulst niet beter of alle weduwen waren arm. Toen ik mijn vader om opheldering vroeg antwoordde hij: “Daar heb ik voor gezorgd.” Hij bedoelde dat hij voor haar de papierwinkel na het overlijden had afgewikkeld.

Mevrouw B. tufte nog jaren in haar Daf rond en haar kinderen werden groter. Het viel mij op dat er verder nooit contact was tussen ons gezin en het hare. Een groet in het voorbijgaan bij het verlaten van de kerk, meer niet. Zelfs geen glimlach. De kinderen leken mij niet eens te kennen. Je zou denken: zo’n vlieger, dat ongeluk en die Daf, het schept een band, maar nee, nooit iets van gemerkt.

2 opmerkingen:

Ferrara zei

Plop, ik sta weer aan de rand van het grasveld aan het eind van onze straat
Een groene driehoek en wat kon die mooi neerstorten.

Heldinne zei

nooit een vlieger gehad, wel een oudtante met een erwtensoepgroene daf. Leuk hoe jouw herinneringen de onze opwekken!