woensdag 25 januari 2012

Ierland (2): Frank en Vrij


Ierland is een fantastisch fietsland. De eerste dagen na het verlaten van vliegveld Shannon lijkt het landschap veel op Texel. Niet spectaculair, wel mooi en rustig. Naarmate we verder naar het westen en noorden rijden wordt het ruiger en stiller.

We zijn al gewend aan het klimaat. Tussen de vijftien en twintig graden is normaal in de zomer en het regent veel. Geen wonder dat het land prachtig groen is, in duizend schakeringen. Trokken we in het begin bij iedere dreiging onze regenpakken nog aan, nu stoppen we even. We zoeken de beschutting bij een bosje of een muurtje langs de weg en laten de bui voorbijgaan. Meestal is het na tien minuten weer droog. Of we fietsen gewoon door en nemen het nat worden op de koop toe. Onze kleding droogt snel.

Een aantal keren zijn we onderweg geconfronteerd met blaffende honden bij boerderijen. Gelukkig blijft het bij blaffen. Ze zijn goed opgevoed en komen het erf niet af, ook al zijn er geen hekken. Johanna houdt er niet van. Ik zeg dat ze beter voorop kan gaan fietsen, omdat honden, als ze dan toch achter je aan komen altijd de achterste pakken.

De volgende boerderij lijken we zonder blaffen voorbij te komen, totdat uit het niets twee joekels van honden aanslaan. We schrikken ons wezenloos, vooral omdat we de beesten niet hadden gezien. We fietsen snel door, niets aan de hand. We zijn nauwelijks van de schrik bekomen als een klein, wit keffertje met een grote sprong over het muurtje achter ons aankomt. We zetten het op een fietsen, maar we raken het beest niet kwijt omdat we heuvelop moeten. Kilometerslang blaft het mormel achter ons aan, ondertussen happend naar mijn trappers en mijn kuiten. Nog even volhouden. We zijn bijna boven en als we dan heuvelaf kunnen, dan zal het hondje ons niet meer bij kunnen houden, hopen we.

Het kan niet waar zijn. In de verte, op de top, staan drie honden midden op de weg. Drie verschillende rassen en afmetingen. Ze staan ons op te wachten. Wat moeten we nu? We moeten doorfietsen, teruggaan is geen optie. De beesten gewoon negeren en hopen op hun medelijden. Het tafereel is een scène uit een bekende Disneyfilm. We zijn de honden tot op twintig meter genaderd. We zetten ons schrap voor de aanval met bloedige afloop.

Met dichtgeknepen ogen fietsen we snel door. En dan gebeurt het onvermijdelijke. We horen de drie honden op ons afkomen, luid blaffend. Maar het geluid neemt in volume af en wij leven nog. We openen voorzichtig de ogen. We kijken achterom en zien en horen de drie honden het witte keffertje opjagen tot aan de boerderij waar het vandaan kwam.

Met knikkende knieën vervolgen we onze weg. We danken de grijze hemel. Engelen komen in verschillende gedaanten.


6 opmerkingen:

Ferrara zei

Pfffff, vanaf de vierde alinea mijn adem ingehouden. Je hebt de natuur mooi beschreven, helaas maken die honden op mij de meeste indruk. (jeugdtrauma, keffertje dat inderdaad een hapje uit de kuit van mijn vriendin nam.)

Marja zei

Mooi verhaal, maar die honden zouden mij toch weerhouden. Ik zou van schrik alleen al onderuit zijn gegaan.

Heldinne zei

Hemelhonden! Wie had dat kunnen denken.

Odette zei

Geen hellebeesten dus ;-) Wat heb je het mooi opgetekend John, ik kon de velden bijna ruiken. :-)

Adriaan Hendriks zei

Doe mij maar Texel. Na dit verhaal durf ik helemaal niet meer naar Ierland. Globaal genomen geldt: hoe mooier het land, hoe minder zeker je er van je leven bent.

strines (Oud-Iers voor de gebitsafdrukken van een hond in je been).

Papagoose zei

Bedankt voor jullie reacties!
Haha, AHA, strines was toch niet het kriebelwoord, hoop ik?