maandag 6 september 2010

Cyclamen en kaapse violen

Voor de ramen in de zitkamer van oma stonden cyclamen. Paarse, meen ik. De sierpotten stonden op een schoteltje, waarop het water werd gegoten en vooral niet in de pot. Want dan gingen de planten dood. Raar vond ik dat, als kind. Water was toch water en dan maakte de plek waarop het gegoten werd niet uit, toch?

Kaapse viooltjes stonden ze hand in hand, samen met de cyclamen, voor de ramen. Oma had nog schuiframen. Met versleten, zwart geworden handgrepen. De ramen zaten muurvast en toch moesten ze eens per jaar omhoog en weer terug, om verder vastgroeien te voorkomen. Een volkomen nutteloze actie. Net als het dichttrekken van de goudkleurige velours gordijnen, waaraan een gevlochten koord, dat was versleten. Als je goed door trok, kwamen de gordijnen vanzelf met de rails naar beneden.

In diezelfde zitkamer had oma twee groene stoeltjes staan van een soort fluweel, met een ronde rugleuning. Je kon er als kind zo lekker in wegkruipen. Het duurde veertien passen, vanaf de keuken, tot de stoeltjes. Soms mocht ik de planten water geven. Dat was link, want het water moest op de schoteltjes terechtkomen. Met de gieter moest ik het water precies langs de elektrische warmhoudplaat van de theepot mikken. Nu, als veertiger, besef ik hoe gevaarlijk dat eigenlijk was.

Geen opmerkingen: