donderdag 9 september 2010

Een erfstuk

Naast de gaskachel van mijn oma stond vroeger de doofpot. Een groot exemplaar, met verschillende kleuren koper. Hij stond op kleine geelkoperen pootjes. De onderkant was vervaagd naar een grauwe kleur, hier en daar was de bodem wat groen uitgeslagen. Het kreng stonk naar as, verbrande turf en allerlei andere vieze, vage oude geuren.

Eens in de zoveel tijd gingen we poetsen, oma en ik. Dan mocht ik een schort om, net als oma, en kreeg ik een stofdoek, die door haar in vorm was gevouwen. Oma kon dat veel beter dan ik. Voorzichtig de lap buiten uit laten waaien, anders kwam het stof weer terug naar binnen. Had ik geluk, dan mocht ik de doofpot poetsen. Niets zo mooi als koper poetsen voor een kind. Onder mijn handen werd de doofpot van goud, leek het wel.

Na het overlijden van oma ontstond er een discussie over de herkomst en rechtmatige eigenaar van de doofpot. Het bleek een antiek erfstuk te zijn van de moeder van mijn opa van vaderskant. Oma’s schoonmoeder dus.

De familieleden van die zijde hadden na het overlijden van oma bedacht, dat zij toch wel de meeste rechten hadden op het koperen kreng. Aangezien de goede lieden uit die kant van de familie nooit in levende lijve bij oma op bezoek waren geweest, noch naar het welzijn van oma hadden geïnformeerd toen ze zwaar ziek werd, besloten mijn moeder en ik, dat de doofpot niet beschikbaar was voor overerving. Aangezien vader voortijdig overleden was, hoefden mijn moeder en ik geen verdere verantwoording af te leggen.

Met een huis als een kasteel, in de zin van vele kasten, een reusachtige, donkere zolder met talloze verborgen donkere hoekjes, hebben mijn moeder en ik in een stilzwijgend verbond de doofpot ergens verstopt. Goed verstopt kan ik wel zeggen, want na een tijdje werd de doofpot compleet onvindbaar. Pas tijdens de verbouwing van het huis, jaren later, vonden we het ding weer terug. Grijs en grauw geworden van het verbouwingsstof. Na een flinke poetsbeurt, met oma’s oude doeken, was de doofpot weer als nieuw.

Het verhaal zat me toch niet lekker. Vol gewetenswroeging heb ik op een gegeven moment de familie van mijn oma toch maar gebeld. Via via natuurlijk, de banden waren niet zo nauw. De doofpot werd ontvangen als een verloren gewaand kind. Het teruggeven voelde daarmee als juist.

Het verhaal erachter heb ik natuurlijk niet prijsgegeven. Sommige verhalen horen nu eenmaal ├Čn de doofpot.

Geen opmerkingen: