maandag 31 januari 2011

Vakantie

'Ben je nou nog niet weg?'
De bonkige man die met veel geraas door de ingang van het windscherm naar binnen komt, vult onmiddellijk de hele haringkraam en legt twee enorme eeltige handen op de toonbank.
Boven een wijde besmeurde overall draagt hij een zwarte pet, waaronder een blonde paardenstaart tot aan zijn schouderbladen reikt.
De andere klanten doen een onopvallend stapje terug of hebben een plotseling oplaaiende belangstelling voor het voorbij denderende verkeer.
Instinctief voelen ze de in spontaniteit verscholen gewelddadigheid, die zich bij elk weerwoord zomaar tegen je kan keren.
'Nee, nog een paar uurtjes', zegt de haringman. Hij wisselt een snelle bedrukte blik met zijn vrouw die geërgerd naar de blinkende glasplaat kijkt waarop de vingers van de man een vette afdruk achterlaten.
'Je gaat toch naar dat drugshol', buldert de nieuwe klant.
'Nou', verbetert zijn vrouw, ' dat is niet heel Mexico hoor, aan de kust valt het erg mee.'
Met zichtbare tegenzin heeft ze het praatje van haar man overgenomen. Als afleidingsmanoeuvre schuift ze achter hem langs en richt zich tot een andere klant.
'Drie, nieuwe zei je?', vraagt ze.
Maar zo gauw laat de man zich niet afschepen.
'Oh de kust, je bedoelt bij die olievlek? Lékker zwemmen!’ Hij grijnst om zich heen alsof hij wil controleren of iedereen wel meegeniet.
'Die is allang opgeruimd hoor, strand is schoon, water is schoon en een heerlijk zonnetje.'
Met een beslistheid als was ze van het Mexicaans bureau voor toerisme verdedigt de haringvrouw hun vakantiebestemming tegen deze verbale onverlaat.
'Je past toch wel goed op Ada, hè Jo', zet de man zijn strijd om aandacht voort.
‘Altijd’, mompelt de haringman.
'Want je bent in twee happen weg hoor, daarzo.'
'Oh ja joh?'
'Hááien', roept de man. Hij gromt vervaarlijk, drukt zijn handpalmen tegen elkaar en klapt zijn vingers open en dicht.
'Valt wel mee', bromt de haringman geruststellend.
'Ik krijg er trek van, doe mij maar even zo'n broodje tonijn.'
Maar de haringvrouw vindt het genoeg en bitst;
'Je bent nog niet aan de beurt Johan, er staan er nog drie te wachten.'
De man verstart en lijkt te overwegen of hij haar terechtwijzing zal accepteren.
Dan haalt hij zijn schouders op, draait zich om en zegt:
'Duurt me te lang, ik kom straks nog wel even terug'.
Als hij op veilige afstand is verzucht de haringman;
'Vakantie, daar zijn we dus écht wel aan toe.'

Geen opmerkingen: