dinsdag 5 oktober 2010

Brieven naar Libanon

Palestina en Israël. Een omvangrijk conflict waarvan Alice de achtergrond slechts vaag kende. Iets met Joden en moslims. Die allebei op hetzelfde stuk land wilden wonen. Hamas, Hezbollah. Fata. Arafat. Netanyahu. Er daagde iets uit een geschiedenisles van het eerste jaar. De uittocht van Mozes. Kanaän. Heette de zanger van dat liedje van het EK Voetbal trouwens ook niet zo?

Ze was al lang geleden opgehouden met het volgen van nieuws uit dat gebied. Kruisraketten. Zelfmoordaanslagen. Actie en reactie. De VN die zich er dan wel en dan niet mee bemoeide. Amerikaanse presidenten schenen zich er ook altijd mee bezig te houden. Conny Mus identificeerde ze er ook mee. Die was onlangs overleden. Of was dat iemand anders? Ze wist het niet. Iedere keer als er weer ingeschakeld werd op een live-verbinding met Tel Aviv of Gaza zapte ze weg. What’s new. Het was zoveel van hetzelfde. Nee, dan keek ze liever naar MTV. Of TMF.

Tot de dag dat ze Heleen ontmoette. Heleen was de nieuwe lerares levensbeschouwing. Heleen was op zichzelf al uitzonderlijk. Een Nederlandse vrouw, of eigenlijk moest ze zeggen autochtone vrouw, van top tot teen gehuld in islamitische gewaden. Overtuigd moslim. Nu dan. Via Jodendom en christendom was ze uitgekomen bij het moslimdom. Of kon je dat niet zo zeggen, moslimdom? Nou ja, ze had alle religies doorlopen. Nu had ze als hobby boeddhisme. Ze was blijkbaar nog altijd zoekende. Nu kon Alice dat wel begrijpen – ze was zelf overtuigd agnost, voor zover je daar dan overtuigd van kon zijn als 17 jarige – maar dat was niet wat haar het meest intrigeerde aan Heleen. Haar man was Palestijn. Een politiek vluchteling. Al jaren was hij bezig om zijn zus naar Nederland te halen. Zijn zus zat in een Palestijnenkamp, iets buiten Beiroet. Brieven schrijven, brieven schrijven en nog meer brieven schrijven. Het hielp allemaal niets.

De meeste van de brieven leken sowieso niet aan te komen. Na zestig jaar was de postvoorziening nog steeds belabberd. Maar dat was niet het enige wat belabberd was. De verhalen van Heleen over dat kamp in Beiroet logen er niet om. Onhumanitair was een understatement. Grote armoede. Geen gelijke rechten. Geen enkele kans om een bestaan op te bouwen. Werken mocht immers niet. Geen paspoort. Dus ook geen kans om weg te komen of het bestaan - legaal dan - te ontvluchten.

Alice begreep er maar de helft van. Zoiets kon toch niet? Anno 2010? En dat al zestig jaar lang? Ik bedoel, je had toch Amnesty enzo. De VN. Het Rode Kruis. En wat al niet meer. En Libanon zelf dan? Ze had nog nooit iets over dat kamp gehoord op het nieuws, dat wist ze zeker. Op een bizarre manier hadden de verhalen van Heleen zich vastgebeten in haar. Ze kon ze niet meer uit haar hoofd zetten.

Een uurtje googlen werd een dag googlen. En nog een dag googlen. En nog een. Het liet haar niet los. Ze besloot om haar profielwerkstuk erover te schrijven. Haar klasgenoot Pieter was wat moeilijk te overtuigen geweest van het belang ervan, en ook de geschiedenisleraar stemde niet meteen in, maar ze had haar zin gekregen. Zoals altijd. Ze kwam erachter dat de verhalen van Heleen overeen kwamen met de werkelijkheid. Na aanvankelijk een generatie vluchtelingen waren er inmiddels vier generaties vluchtelingen. Als vluchteling geboren, betekende vluchteling blijven. Ze kwam er ook achter hoe het kwam dat het kamp nog altijd zo voort kon bestaan. Een politiek wespennest, dat was het. En niemand wilde bulten op zijn vingers.

Na het afronden van het VWO in de zomer van 2010 is Alice begonnen met twee studies. Nederlands en Internationale betrekkingen. Met een doel voor ogen: op een dag een roman schrijven. Over het kamp in Beiroet. Opdat niemand meer zou niet-weten. Vastbesloten om de toestand te veranderen. Ze zou haar zin krijgen. Zoals altijd.

3 opmerkingen:

De Trouwschrijvers zei

Ik kan met deze schrijfveer niet uit de voeten, behalve dan dat ik steeds die vader in gedachten heb die in 1978 opgenomen werd in het crisiscentrum omdat hij depressief was geworden vanwege het feit dat zijn jongste zoon als dienstplichtig militair was uitgezonden naar Libanon.

Ferrara

Heldinne zei

de schrijfveer kwam van een vrouw die de brieven die ze aan haar zoon in Libanon had geschreven, had bewaard, een moeilijke periode. Zij heette ook Alice, is dat niet toevallig?

De Trouwschrijvers zei

Alice Bakker, stond tussen haakjes bij de schrijfveer vermeld. Toeval bestaat niet ;) Hoewel ik elke naam had kunnen kiezen voor de scholier, vond ik Alice erbij passen.
Ik ken de Heleen in dit verhaal...nare toestanden.

Groet,

Natasha