woensdag 6 oktober 2010

Ophoesten, niet opgeven. (ik moet vooruit)

Na in de afgelopen weken zes keer met veel plezier de hardloopdraad weer te hebben opgepakt, kon het niet uitblijven. Een ordinaire griep heeft een voortijdig einde aan mijn net weer opgestarte loopcarrière gemaakt. Het is niet bij griep gebleven. Na een week van algehele malaise zijn de bacterien naar beneden afgedaald en hebben zij de afslag naar mijn bronchiën gevonden.

De slijmcellen in mijn luchtpijptakken, vergezeld van een bacterie hier en daar, vieren sindsdien hun eigen feestje. Gezellig pruttelen en roggelen ze vierentwintig uur per dag, steeds op- en afgaand tussen bronchiën en alveoli. Soms verdwalen ze achter mijn sternum. Met een pijnlijke hoestbui tot gevolg. Een spoedig vertrek van deze vijanden uit mijn lichaam kan ik vergeten, de slijmcellen en bacteriën hebben maling aan mij, hun gastvrouw. Ze peinzen er doodeenvoudig niet over om hun warme verblijfplaats in mijn luchtpijptakken te verlaten.

Ik zou zo aan de slag kunnen in het Dolfinarium, als hoofdattractie van de middagmatinee bij de walrussen. Een kwestie van een baard laten aanmeten, mijn voortanden laten bijvijlen en echt, ik pas er zó tussen. Helaas is het talent om een visje tussen mijn tanden te kunnen vangen, aan mij voorbijgegaan. Een bijbaan in de dolfijne entertainmentbusiness zit er dus niet in, noch heb ik de energie ervoor.

Intussen zit ik als eigenaresse van die besmette luchtpijptakken looploos op de bank en nee, ik ben niet blij met die ontwikkeling. Weer stoppen met hardlopen. Weer uitstel. Het kost me minstens weer twee weken, zo niet meer, om weer op een klein beetje conditie te komen. Mijn verstand weet, dat dit tijdelijke uitstel beter is, dan de boel verder te verzieken door te vroeg te gaan lopen en daarmee een nieuwe ontsteking uit te lokken.

Verdorie, ik wilde vooruit. Nu sta ik stil. Diep van binnen weet ik best, dat deze stilstand uiteindelijk vooruitgang oplevert. Het is slechts een kwestie van geduld.
Laat ik dat nou net niet hebben. Het gen daarvoor is ongetwijfeld deze week door de een of andere bacterie weggevreten.

1 opmerking:

De Trouwschrijvers zei

Het is een beetje een vies praatje geworden Mevr. O, maar wel erg leuk geschreven.
Met een paar mooie beelden:
-'..hebben zij de afslag naar mijn bronchiën gevonden..'
-'..mijn voortanden laten bijvijlen en echt, ik pas er zó tussen..'

Als ik ook nog een kanttekening mag maken..
De laatste zin van die alinea is mi.overbodig.
Daarmee verlies je tempo..

Pasq.